De roos is onze edelste en meest bezongen bloem. Om uiting te geven aan onze tederste gevoelens, schenken we een boeket. We bewonderen ze, snuiven hun geur op en vertroetelen ze. Ze bemoedigen ons, lachen ons toe en geven onze dag een bijzondere kleur.
Rosa delectat hominem — de roos verblijdt de mens. De symboliek van de rode roos wordt door iedereen begrepen: het is de taal van de liefde. En die liefde is, net als de roos, steeds uniek.
"Elke rode roos spreekt een eigen taal, meestal de taal van de liefde. En de liefde is, net als de roos, steeds uniek."
Voor mij was zij ooit die unieke, mooie roos. Zo mooi en toch zo bescheiden. Idealistisch, sociaal betrokken en altijd klaar om anderen te helpen. Haar sprookjesachtige glimlach deed menig jongenshart sneller kloppen. Ze was een sympathieke engel die met beide voeten op de grond bleef staan.
Maar ook voor haar kende de strenge tand des tijds geen genade. Hoewel ze kon terugblikken op een lang en gelukkig leven, doofde langzaam haar tegenwoordigheid van geest. Ze verdween uit de circulatie. Bijna onopgemerkt, bijna door niemand gemist.
Onlangs bezocht ik haar in het rusthuis. Vriendelijke mensen bij het onthaal, een kraaknette omgeving. "Ha ja, u bedoelt mevrouw Peters! De code is 24.12." Het voelde als een afgesloten wereld voor bijzondere mensen.
"Ik stond voor een verwelkte roos, gehuld in een grijze nevel. De engel van weleer was al naar een andere wereld afgereisd."
Daar vond ik haar. Voorovergebogen in een zetel zat een oude dame schijnbaar op iemand te wachten. Ik begroette haar zachtjes, maar er kwam geen reactie. Haar blik bleef in het ijle staren, gericht op de eeuwigheid. Ze was totaal weg van deze wereld. Ik zocht naar woorden, maar elke vorm van communicatie was haar vreemd geworden.
Ik stond daar onhandig. Moest ik haar zo achterlaten in haar eigen, gesloten wereld? Een wereld waarin ik voor haar waarschijnlijk niet eens meer bestond. Zachtjes verliet ik de kamer met wat schamele clichéwoorden die niet eens tot haar doordrongen.
"Wat is het leven?" vroeg Godfried Bomans zich ooit af. Zijn antwoord:
"Het leven is volkomen onbegrijpelijk, en hoe meer men erover denkt, hoe onbegrijpelijker het wordt."
Waarschijnlijk had hij gelijk. Dit bezoek was voor mij de start van een diepere bezinning. We moeten zelf betekenis aan het leven geven, met prioriteit voor vrede, vriendschap en liefde. Alleen dan kan het levensgeluk ons met open armen tegemoet komen.
We moeten ons ervan bewust blijven dat we het leven slechts in bruikleen hebben. Net als elke roos zullen we ooit verwelken. Er bestaan veel wijsheden die ons kracht kunnen geven, zoals: "Te leven is een gunst, te weten hoe is een kunst."
"We staan vaak pas stil bij het leven als het er niet meer is."
Thieu Vanhees



