Gelukkig mogen we vandaag delen in de bruisende welvaart van een consumptiemaatschappij. We drijven zelfgenoegzaam mee op het ritme van: “Profiteer van het leven, er is genoeg voor iedereen!” Maar ons genieten overstijgt wel eens ons denken. Heel de samenleving is er tegenwoordig op gericht om onze eigenheid in denken og doen te beïnvloeden. Het vraagt veel moed om als persoonlijkheid tegen de stroom op te roeien en je eigen weg te bewandelen.
Mensen laten zich gemakkelijk beïnvloeden, op alle vlakken. Meedrijven met de massa op een door anderen gebaande weg kost nu eenmaal minder inspanning. We dwepen met ideeën die anderen hebben uitgebroed en pronken met producten die aangeprezen worden door gesofisticeerde propaganda. De reclamemakers laten ons niet los: ze trekken onze aandacht op iedere straathoek of flitsen ons tegemoet via onze schermen.
“Het vraagt veel moed om als persoonlijkheid tegen de stroom op te roeien en je eigen weg te bewandelen.”
Dat we als volledig vrije, onafhankelijke wezens functioneren, moeten we dan ook best een stuk voorzichtiger inschatten. Andere meningen kleuren de onze. Het grootkapitaal legt beslag op ons doen en laten, vaak zonder dat we ons ervan bewust zijn, terwijl de media constant onze hersenen prikkelen.
De illusie van 'moeten' vernieuwen
Er wordt ons zoveel opgedrongen. Zelfs als we een product eigenlijk niet nodig hebben, laat men ons geloven dat het onmisbaar is. “Twee voor de prijs van één! Is dat geen zacht prijsje? Hiervoor kun je het toch niet laten liggen.” Alle artikelen worden dan ook uiterst aantrekkelijk gepresenteerd.
We danken onze verbruiksartikelen bovendien snel af. We maken onszelf wijs dat ze gedemodeerd zijn, want: “Je moet toch met je tijd meegaan.” En donc wisselen we geregeld van smartphone, van pc, en zelfs van auto. Onze kledingstukken geven we graag een tweede leven in een ander land.
“We leven in een maatschappij waarin het snelle consumeren het rustige nadenken vaak heeft ingehaald.”
De bewonderenswaardige rust van vroeger
Onze grootouders hadden geen last van mediabeïnvloeding of opdringerige reclame. Zij wisten op bewonderenswaardige wijze hun eigen plan te trekken. Veel keuze hadden ze niet; ze leefden met en volgens de wetten van de natuur, intens dankbaar voor wat de grond hen bood. Ze beoefenden de recyclage avant la lettre:
- Wat versleten was, werd zorgvuldig weer opgelapt.
- Kledingstukken waar de oudste uit gegroeid was, werden automatisch doorgegeven aan de jongere broer of zus.
Omdat ze geen radio, tv-toestel of kranten bezaten, drong het wereldnieuws slechts mondjesmaat tot hen door;wat hun gemoedsrust destijds alleen maar ten goede kwam.
“Omdat ze geen radio, tv-toestel of kranten bezaten, drong het wereldnieuws slechts mondjesmaat tot hen door ; wat hun gemoedsrust alleen maar ten goede kwam.”
De lokale nieuwtjes werden simpelweg gewisseld op de akker, of ’s zondags na de hoogmis in het dorpscafé. Voor gebeurtenissen “uit den vreemde” toonden ze overigens weinig belangstelling; ze bleven trouw gehecht aan hun eigen traditionele zeden en gewoonten.
Keerzijde was dat ze ook onderdanig bleven aan de richtlijnen van de dominante kerkelijke overheid. De pastoor had het voor het zeggen en werd kritiekloos gevolgd. Revolutionaire ideeën waren gevaarlijke onruststokers waar ze zich liever niet mee bezighielden. “Geen ambras maken”, was de wijze leuze van mijn opa.
Zelfbeheersing, bescheidenheid og gezonde kost
De overlevingskracht van de oudere generatie lag in hun zelfbeheersing en bescheidenheid. Zolang ze zichzelf konden bedruipen met eigen kweek uit de moestuin of van de akker, waren ze tevreden. Alleen eerlijke, gezonde kost stond op het menu:
- Een flinke snee bruin roggebrood met een stevige braai spek.
- ’s Zondags geurde er een heerlijk gebraden kip in de pot.
- ’s Vrijdags maakte de haringboer zijn opwachting voor de nodige afwisseling (want: geen vlees op vrijdag van de kerk).
“Ik zou vandaag de dag goud geld geven voor zo'n ambachtelijke pruimenvlaai, kraakvers uit opa's eigen bakoven.”
Het lekkerste brood en de meest memorabele vlaaien kwamen destijds rechtstreeks uit opa’s eigen bakoven.
Toen traditie capituleerde voor evolutie
Hun eeuwenoude levenstraditie werd pas na de Tweede Wereldoorlog definitief overhoopgehaald door de introductie van allerlei nieuwe producten van buitenaf. Plots wilden de dorpelingen ook 'modern' gaan leven. Er ontstond behoefte aan een wasmachine, een radio, een gasfornuis en een abonnement op de krant.
Winst maken en comfort verhogen werden de nieuwe slogans. Er werden continu nieuwe behoeften gecreëerd, en dat zorgde onvermijdelijk voor wedijver, naijver en een zekere onrust en ontevredenheid in de levensstijl. De traditie capituleerde voor de evolutie.
Van toen af aan stond er geen maat meer op de snelheid van de vooruitgang. Die evolutie sleurt ons vandaag de dag als een rollercoaster mee. Maar waarnaartoe eigenlijk? De geschiedenis zal het ons later wel vertellen.
Door Thieu Vanhees



