Ben Boomer reist even terug in de tijd naar het jaar 2000...
Lieve boomers,
Het is februari 2025 en hier zit ik dan, achter mijn laptop met een kopje decafé (ja, ik weet het, ik ben gezwicht), terugblikkend op een tijd waarin de toekomst nog glansde als een blinkend nieuw cassettebandje. Het jaar 2000, weet je nog? Ik was nét vijftig, in de bloei van mijn leven, en vol verwachtingen over wat de 21ste eeuw zou brengen. Met een vleugje nostalgie – en een flinke scheut zelfspot – neem ik jullie mee naar mijn fantasieën van toen.
Ik was ervan overtuigd dat we in 2025 allemaal in vliegende auto's zouden rondzoeven. Serieus, wie dacht er niet dat we onze Renault zouden inruilen voor een zwevend ruimteschip? Geen files meer, geen geharrewar om een parkeerplaats. Maar nee hoor, de enige "vliegende" objecten zijn de drones die tegenwoordig overal rondzweven en in ziekenhuizen zelfs al pakketjes met bloedtesten enzomeer bezorgen. Geen hovercraft voor Ben, maar wél een elektrische fiets met trapondersteuning. Dat laatste voelt overigens wél een beetje futuristisch, zeker op dagen dat de wind tegenzit. Hoewel ik het nog altijd jammer vind dat mijn fiets geen ingebouwde paraplu heeft – dat zou pas écht een innovatie zijn.
En die robotbutlers! Ik droomde van een ijskoude pils die door een robotarm werd aangereikt terwijl ik languit op de bank lag. In werkelijkheid is "Siri" de enige butler die ik heb, en die begrijpt me vaker niet dan wel. Als ik "Zet de muziek aan!" zeg, krijg ik steevast een weerbericht voorgeschoteld. En als ik vraag naar de uitslag van de voetbalwedstrijd, krijg ik recepten voor bloemkoolsoep. Soms vraag ik me af of ik tegen een robot praat of tegen mijn schoonmoeder, zaliger. Communicatieproblemen zijn blijkbaar van alle tijden, zelfs met kunstmatige intelligentie.
Over technologie gesproken: ik had nooit gedacht dat "werken op afstand" een ding zou worden. In mijn tijd had je gewoon een bureau, een telefoon met draaischijf en een typemachine, en later natuurlijk de computer. Punt uit. Nu werken mijn kleinkinderen vanaf hun laptop op een strand in Bali, terwijl ik vroeger al blij was als ik in het weekend de camping in Zandvoort haalde zonder file. Ze noemen het “digitale nomaden”, maar ik noem het gewoon multitasken in zwembroek. Ach, elke generatie heeft zijn eigen stijl, toch?
En dan reizen! O, wat had ik fantasieën. Ik zag mezelf al op vakantie naar Mars, cocktails nippend onder een glazen koepel terwijl ik naar de aarde keek. De realiteit? De enige "Mars" die ik tegenwoordig zie, ligt bij de kassa van de supermarkt, naast de Snickers. Maar ik klaag niet. Mijn elektrische camper brengt me naar plekken waar ik vroeger alleen over droomde – en dat zonder zwaartekrachttraining. Trouwens, ik hoef ook helemaal niet naar Mars. Geef mij maar een lekker weekendje Veluwe met een thermoskan koffie en een stukje appeltaart.
Wat me vooral fascineerde in die tijd was de belofte van een wereld zonder papier. Alles digitaal! Geen rommelige stapels post meer, geen papierbak die uitpuilt. En ja hoor, de papieren telefoongids is inderdaad verdwenen, maar in plaats daarvan word ik nu overspoeld door digitale spam. Laatst kreeg ik een e-mail over een gratis cruise, alleen moest ik wel eerst mijn bankgegevens doorgeven. "Trap er niet in, opa," zei mijn kleindochter lachend. Ach, ik leer nog steeds bij.
Wat wél waarheid is geworden, is dat we allemaal verbonden zijn. In 2000 leek het onvoorstelbaar dat ik mijn kleinkinderen dagelijks zou kunnen zien via een scherm. Nu praat ik met hen op afstand alsof ze bij me aan tafel zitten. Het mooiste? Zij leren mij TikTok-dansjes (al doe ik dat alleen als de gordijnen dicht zijn). En laat ik eerlijk zijn: dankzij al die technologie voel ik me nooit alleen. Het is misschien niet hetzelfde als een echte knuffel, maar een vrolijke videoboodschap van mijn achterkleinkind doet wonderen voor mijn humeur.
Maar hoe zit het met gezondheid? Ik dacht vroeger dat we in 2025 allemaal pillen zouden slikken in plaats van maaltijden. Geen boodschappen meer, geen koken, gewoon een multivitamine en klaar. Wat blijkt? We eten juist meer vers dan ooit. De supermarkten staan vol met biologische groenten en vleesvervangers. En eerlijk is eerlijk: ik had nooit gedacht dat ik ooit kikkererwtenburgers zou eten. Maar hé, een man moet met zijn tijd meegaan.
Wat me echter écht verrast, is hoe snel alles verandert. Kijk naar mode, bijvoorbeeld. Ik was er heilig van overtuigd dat we in 2025 allemaal in zilveren jumpsuits zouden rondlopen, zoals in die oude sciencefictionfilms. Maar wat zie ik? Mijn kleinzoon draagt broeken met scheuren erin, en hij heeft daarvoor gewoon betaald! Toen ik vijftig was, repareerde je een gat in je broek; nu koop je er een met opzet.
Sommige dingen zijn gelukkig onveranderd gebleven. Zoals muziek. Mijn platencollectie heeft een tweede leven gekregen nu vinyl weer helemaal in is. Laatst noemde mijn kleindochter mijn oude LP’s "vintage". Kijk, dát zijn de kleine overwinningen van het leven.
Dus, lieve boomers, laten we lachen om onze verwachtingen van toen, genieten van de kleine wonderen van nu, en met een knipoog naar de toekomst blijven kijken. Want wie weet wat het jaar 2050 brengt? Misschien eindelijk die robotbutler, of toch een vliegende rollator.
Blijf krassend, blijf eigenzinnig, en blijf vooral genieten.
Groet,
Ben Boomer
De man met een toekomstvisie (al is die soms een tikje misplaatst).



