In het kringetje van chauffeurs van belangrijke nationale politici was Léon zeker één van de meest opvallende. Niet alleen reed hij met de grootste en meest prestigieuze van alle luxueuze limousines, maar hij was ook de privéchauffeur van wellicht de belangrijkste politicus die invloed had van Arlon tot Knokke.
Léon zelf was het prototype van een overjaarse playboy. Eerder klein van gestalte. Altijd modieus gekleed in een grijs pak, wit hemd met bijpassende das. Bijna wekelijks zat hij in de stoel bij de kapper om zijn blinkende grijzende haren perfect te laten bijknippen. Een typisch klein snorretje, pittige oogjes die altijd de wereld bekeken met een leuke of is het een cynische glimlach. Hij hield ervan om af en toe stiekem een kleine whisky te drinken. Of “ le patron” dat erg vond betwijfel ik want ook hij hield van een goede stevige whisky.
“ Le Patron” was werkelijk één van de belangrijkste politici van het land. Léon en “ le patron “ hadden een bijzondere verhouding. Zo droeg Léon altijd de portefeuille van zijn baas. Moest de chef iets betalen, dan wees hij steevast met zijn vinger naar Léon die meteen de rekening vereffende. Was “ le patron “ ergens uitgenodigd in één of ander chique restaurant, dan zorgde hij ervoor dat zijn chauffeur ergens in een hoekje van hetzelfde restaurant rustig à la carte zijn eigen maaltijd mocht kiezen.
In de wagen van “ le patron” zijn er ooit coalities gesmeed, kregen belangrijke personen zware kritiek om één of andere gemaakte fout, werden benoemingen geregeld en …zouden er ooit wel lieve dames zijn meegereisd, maar dat is enkel van horen fluisteren….
Léon was een gelukkig man. Hij had alleen één probleem. Zijn “patron” was een werkbeest en zo moest Léon noodgedwongen dezelfde werkuren kloppen. ’s Morgens om zeven uur stond hij voor de deur van zijn chef om soms pas ’s avonds rond de klok van elf of twaalf de “patron” terug af te zetten. Zelfs op zaterdag werd hij vaak opgeroepen om het land rond te hotsen. Weliswaar was hij tijdens de dag soms vele uren vrij terwijl de “patron” ergens op vergadering was en die benutte hij dan om wat slaap in te halen.
Léon was bijzonder gelukkig toen hij op een vroege morgen zijn “patron” naar het koninklijk paleis mocht voeren waar de politicus zou aangeduid worden als “ premier “ van dit land.
Léon was bijzonder gelukkig omdat een “ eerste minister “ beschikte over drie chauffeurs die elkaar konden aflossen. Eindelijk zou hij opnieuw kunnen genieten van zijn gezinnetje maar vooral van zijn dochter die net dat jaar achttien werd. Léon had haar beloofd om met haar een grote verre reis te maken.
Het geluk kon voor Léon niet op. De audiëntie bij de koning liep uit…liep heel lang uit. Léon besloot een glas te drinken van de whisky die altijd in het speciale opbergvakje voor “le patron” was voorzien. De gesprekken met de koning liepen nog verder uit en….de whisky smaakte beter en beter.
Toen leidde de koning de grote politicus naar buiten en mocht Léon met de nieuwe eerste minister naar huis rijden.
“Le patron” had al vlug door dat zijn chauffeur problemen had. Léon zat veel dichter tegen het stuur dan gewoonlijk, reed door het eerste rode licht, negeerde het tweede rode licht…..en toen beval de “patron” de wagen aan de kant te zetten. Léon moest uitstappen en werd gedwongen achteraan in de grote limousine plaats te nemen.
Zo kwam het dat, op die bewuste dag, de eerste minister van dit land aan het stuur van de wagen zat en zijn chauffeur achteraan in de wagen in slaap was gevallen.
Léon bleef de trouwe chauffeur tot de politicus al zijn mandaten neerlegde en op ‘welverdiende rust’ ging. Toen vertrok Léon op een lange reis met zijn dochter die intussen was gehuwd en zelfs al kindjes had.





