Diederik van de Elzas was Graaf van Vlaanderen na 1128. Hij was een bijzondere edelman want alhoewel hij "Graaf van Vlaanderen " was, vond hij het toch nodig om van tijd tot tijd de adellijke gewaden af te leggen en zich te verkleden als bedelaar, gewone reiziger...om zich zo onder zijn onderdanen te begeven. Hij wilde zelf toezien dat "zijn volk" goed kon leven en nooit onrechtvaardig werd behandeld.
Zo logeerde hij eens in "Het Zaalhof" in Ieper en besloot hij een tocht te maken in een omliggende gemeente van Ieper. Diederik van de Elzas kwam, vermomd als bedelaar, in Elverdinge. Het was in de maand april. De wind gierde en het regende. Diederik ging aankloppen bij de grootste en schoonste boerderijen van Elverdinge maar overal sloot men de deur voor hem. Zelfs enkele keren werd een hond losgelaten en moest de "Graaf van Vlaanderen" ijlings de vlucht nemen. Diederik Van de Elzas was al aan het denken hoe hij de Elverdingse boeren zou straffen om hun harteloos gedrag toen hij in de verte een klein keuterboerderijtje zag staan. Hij besloot toch eens langs te gaan om de herbergzaamheid van zo'n kleine boer te ervaren. De Graaf van Vlaanderen klopte zachtjes aan. De deur werd opengedaan door de boer, die door zijn kleine gestalte Baldewijn De Corte werd genoemd. Diederik Van de Elzas, als bedelaar, vroeg om een boterham en een glas water om zijn honger en dorst te kunnen lessen. De boer sprak:" Arme mensen zijn altijd welkom in mijn huis. Kom binnen en verwarm u!".
Meteen kreeg de bedelaar een glas water en een boterham met kaas. Toen zei de boer:" Het spijt me dat ik U niet kan ontvangen zoals het hoort....want mijn vrouw is net bevallen van een zoon...ze ligt op de voutekamer." De boer verdween even en kwam meteen terug met een flinke baby in de armen. De bedelaar bekeek de baby en zei deze profetische woorden:" Deze baby heeft het geluk aan zijn zijde. Hij zal een groot edelman worden!!". Boer De Corte glimlachte en bedankte de bedelaar voor de wens. Meteen nodigde hij de bedelaar uit om te blijven slapen. En dat deed de man en toen hij 's morgens wou vertrekken, ging hij naar de voutekamer en vroeg aan de fiere ouders hun kind pas drie dagen later te dopen. Boer en boerin De Corte beloofden te wachten.
De bewuste donderdagmorgen was boer De Corte bezig met zijn koeien te melken toen hij in de verte klaroengeschal hoorde en het geluid van vele paarden in galop. De groep ruiters hield halt. Boer de Corte herkende het gewaad van de Graaf van Vlaanderen maar het duurde toch nog even vooraleer hij de bedelaar in dat gewaad herkende. Diederik van de Elzas nam de boer vast en zei:" Ik heb u gezegd dat Uw zoon een edelman zou worden. Dat zal zo zijn!". De Graaf van Vlaanderen kocht in Elverdinge een grote hoeve met veel landerijen en schonk die aan boer De Corte. De zoon groeide op en werd op jonge leeftijd naar het Hof van Diederik van de Elzas geroepen. Hij huwde met de dochter van de Graaf van Boezinge en ging wonen op het Vroedenhof.
Diederik van de Elzas heeft de andere boeren van Elverdinge nooit gestraft om hun onsociaal gedrag. Het feit alleen dat boer De Corte werd beloond en een grotere boerderij kreeg dan alle andere Elverdingse boeren was voor hem een voldoende straf. De nakomelingen van de zoon van boer De Corte bleven de titel van edelman houden en velen onder hen kregen hoge functies binnen Vlaanderen.
Volgens de geschiedschrijving zou het geslacht De Corte in de zeventiende eeuw zijn uitgestorven.
Maar zo zie je dat een kleine Elverdingse boer met een groot hart en een echt menselijke instelling echt werd beloond.
( Het is wel geen eigen cursiefje, maar ik vond het zo speciaal om het in deze moeilijke tijden toch even op te halen. Het is wel vrij herwerkt naar de uitgave "De Geschiedenis van Elverdinge" van Constant en Paul Tamboryn- uitgave van april 1929).




