In Frankrijk kun je kilometers langs tarwevelden rijden, zowat de graanschuur van West-Europa. In Zuid-Italië kun je even ver door druivenvelden rijden, slechts hier en daar onderbroken door een partij olijfbomen. De aarde is donkerbruin maar het landschap is groen, hier en daar onderbroken door kleine witte trulli’s, de bekende veldhuisjes waarin de Italianen, die in de stad wonen, schuilen tegen de warme zomermaanden en ook wel om hun oogst te bewaken.
Mijn grootvader had drie uitgestrekte landbouwgronden. Twee ervan waren voor de druiventeelt en op het laatste stuk stonden tientallen olijfbomen.
Als de zomer aankwam, trok de hele familie zich terug op de ‘campagne’. Ik herinner me nog levendig de allereerste trullo, die was gemaakt met gevlochten hout en een rieten deur. In de Puglia regende het nooit in de zomer. Je moest dus alleen schaduw kunnen opzoeken, een bed hebben en een kleine veldkeuken. Slapen in zo’n trullo had wel iets. ‘s Nachts kon je vanuit je bed naar de sterren kijken.
Later werden de trulli’s moderner en comfortabeler. Er kwamen stenen muren, een degelijk dak, mooie slaapkamers maar vooral een aansluiting op de waterleiding. Je moest niet langer emmers water uit een waterput omhoog trekken.
Vandaag zijn de veel trulli’s goed uitgeruste vakantiehuisjes geworden.
Iedereen die in de zomer in zijn trullo woonde, trok weinig naar de stad. Je deed dat alleen voor de noodzakelijke boodschappen. Je leefde werkelijk op en in de velden. Er was een grote vriendschap en warmte tussen alle mensen op de velden met de druiven, meloenen, vijgen, perzikken en olijven. Had de ene iets te kort, dan riep hij vanop het terras van zijn trullo naar zijn buurman een paar honderd meter verder of hij geen eieren kon lenen, of brood…Iedereen leefde met elkaar.
De avonden hadden iets speciaals. Die waren heerlijk want de grote hitte was tot ‘s anderendaags ‘s morgens verdwenen. Elke avond was er wel een familie die de buren uitnodigde voor een gezellige feestje. Er was wijn ( van de eigen kweek), pizza’s die elke familie op een andere wijze bakte, er was muziek…en er werd gezongen en gedanst. Ik hoor nu nog in mijn herinneringen de muziek van Bobby Solo, Gianni Morandi, Nicola di Bari, Mina en andere grote vedettes van het Italiaanse lied.
En toen moest er geoogst worden. De mannen kwamen bijeen en bepaalden een volgorde. Waar zijn de druiven al plukklaar? Waar moeten ze nog efkes blijven hangen ? Iedereen hielp mee. Mannen, vrouwen, kinderen,allen waren van ‘s morgens vroeg tot na de middag bezig met het plukken van de druiven. En er werd gezongen. Iemand zette plots een traditioneel lied in. Binnen de kortste tijd zong iedereen mee. Jong en oud. Niet te verwonderen dat de beste klassieke stemmen van Italianen zijn.
Er werd ook veel gelachen. Het middagmaal was een ideaal moment om iemand een poets te bakken. Je zat rustig op het terras van de trullo, toen iemand van ver een emmer koud water over je gooide. Of je was lekker aan het genieten van een dikke snede watermeloen, en iemand wreef die in je gezicht uiteen….
En dan nadert de winter. Het land is weer klaar voor het volgende seizoen. Het wordt stil op de velden.

Nu herneemt het bruisend leven in de stad. De wekelijkse marktdag wordt opnieuw druk bezocht. Er zijn veel processies waarbij allerlei heiligenbeelden door de stad worden rondgedragen. De trattoria’s, de pizzeria’s en de ‘ristorantes’ draaien op volle toeren. Zuid-Italië op zijn best.
Straks even naar de fruitwinkel trekken om Puglia-druiven te kopen. Het is september, het moment om er echt van te genieten.





