Ik was een kleine jongen, van een jaar of vijf....en ik verbleef samen met mijn ouders enkele weken in de Puglia. Het was een vaste traditie dat wij de juli-maand in de Puglia doorbrachten in het ouderlijk gezin van mijn vader. Ik, kleine peuter, was door heel de familie Farina graag gezien. Omdat ik er zo weinig was, vertroetelde heel de familie mij extra. Stel het zo: ik kreeg zoveel liefde van mijn “nonno en nonna” en de broers en zussen van mijn vader in één maand als de andere kinderen die er het hele jaar woonden.
Iedereen vertroetelde mij. Wellicht omdat ik het oudste kleinkind was in de familie Farina, had ik enkele voorrechten. Zo was ik de enige die met de grote Duitse herdershond van mijn “ nonno” mocht gaan wandelen. Het was een enorme hond ( of was het zo omdat ik erg klein was ?) die zich door niemand liet benaderen, behalve door mijn nonno zelf en door mij. Normaal bewaakte die Duitse herdershond de druivenvelden. Als die hond losliep, waagde geen vreemde zich op de druivenvelden van onze familie. Niemand begreep waarom Lupo, die boze hond, zich door mij liet behandelen als een klein lief schoothondje. Weinigen wisten dat mijn grootvader enkele uren had besteed opdat Lupo mij als zijn vriend zou aanvaarden.
Mijn zio Franco ( =nonkel) die toen zowat een jonge dertiger was, leerde mij allerlei Italiaanse woordjes. Ik moest die dan telkens nazeggen waarop de hele familie aan het lachen ging. Pas te laat besefte ik dat hij mij in het Italiaans leerde vloeken of enkele minder “propere” woorden liet nazeggen tot grote hilariteit van de familie. En ik was zo trots want ik vond het leuk als ik de volwassenen aan het lachen kon brengen met mijn Italiaans..
Die zio Franco leerde mij ook een Engelse uitdrukking die hij zelf ergens had opgevist:” Me shut up, you shut up!". In een heel beleefde vertaling klinkt het als: “ Hou je mond!” maar dan veel ruwer.
Op een mooie zondagmorgen trok mijn Italiaanse familie naar de ochtendmis. Alhoewel de Italiaanse familie stevige communisten waren, was de zondagsmis – in de stijl van Don Camillo en Pepone – een vaste ritus. Een zondag zonder zondagsmis kon echt niet, maar geld gooien in de schaal of stoelgeld betalen….dat zeker ook niet.
De pastoor hield zijn preek vanop de preekstoel, hoog boven zijn gelovigen. En dat gebeurde in typische Zuid-Italiaanse stijl, met veel bewegingen, armzwaaien en luide stem zodat je de goddelijke boodschap beslist niet zou vergeten.
Wellicht had ik die zondagmorgen een anti-autoritaire reflex want ik begon als vijfjarige peuter luid te roepen naar de pastoor:” Me shut up, you shut up...”. Me shut up, you shut up. Het moet een beetje geklonken hebben als: “ Hou je mond, hou je mond.”
Noch mijn moeder, noch mijn zio Franco konden mij het zwijgen opleggen. En toen de pastoor al twee keer bijzonder geërgerd onze kant had opgekeken, vond mijn moeder er niet beter op dan met mij naar buiten te gaan. Een blozende en roemloze terugtocht.
Geloof me of niet. Als we nu nog naar Francavilla-Fontana op familiebezoek zijn, dan stappen we altijd even die prachtig kerk binnen, die niet alleen sublieme fresco’s heeft, buitengewone glasramen maar ook een preekstoel die me iedere keer inspireert om die slagzin door mijn hoofd te horen echoën:” Me shut up, you shut up!”.
Lieve lezers, als je ooit Italië wil ontdekken, dan moet je zeker de Puglia ( Apuglia) bezoeken. Het is er gewoon heerlijk vertoeven. De dorpen ademen nog de originaliteit uit. Nauwe straatjes, witgekalkte huizen. De geur van de zuiderse keuken met olijfolie, typische kruiden en groenten, de vis en schaaldieren.....en vooral de vriendelijkheid van de zuiderling. De blauwe zee die altijd nabij is. En geloof me.....je bent er altijd welkom. Niemand zal je ooit naroepen:” Shut up” tenzij dat daar een jonge Vlaming van vijf rondloopt die wat opgehitst wordt door een vurige Zio of een te enthousiaste priester op een preekstoel.





