
Een vriend had ons een super hotel aangeraden in Wenen. “ Het was top “ had hij gezegd en meteen boekten wij daar een vakantieweek.
Het was echt top. Nauwelijks stonden wij met onze wagen voor de deur of drie portiers kwamen onze bagage uit de koffer oppikken. We hadden net het nummer van onze kamer gekregen of twee mannen in keurig uniform droegen onze bagage naar onze kamer. De derde vroeg of hij onze wagen in de privé-garage mocht parkeren. Zo’n luxe waren wij echt niet gewoon.
Het hotel was schitterend gelegen. Op enkele honderden meters van de Weense opera en nauwelijks enkele stappen verder waren de luxueuze winkelstraten. We konden zo naar de Hofburg wandelen of de Spaanse Rijschool. Het hotel ademde klasse uit, veel chiquer dan de hotels die wij gewoonlijk boekten voor onze verlofdagen.
Alles verliep koninklijk tot mijn vrouw plots aan de kleerkast in de kamer een wit blaadje zag hangen: de prijslijst. Ze bekeek het aandachtig, slikte even en riep:” Enzo, kom hier eens!” Ik slikte ook even snel. Bleek dat de drie dagen waar we reeds in dit hotel logeerden ons hele vakantiebudget had opgesoupeerd. Nu hadden we voor een week geboekt. We besloten toch te blijven. We zouden éénmaal terug in Blankenberge wat zuiniger leven…en van hotel verleggen was ook niet meteen gezellig.
In mijn hoofd groeide een soort revanche-gevoel, alhoewel het hotel geen schuld had aan onze eigen foute financiële inschattingsfout.
De volgende morgen in de ontbijtzaal. We hadden ons eigen vast tafeltje. Je kon nauwelijks een ontbijtkoek nemen of de ontbijtbediende legde meteen eenzelfde broodje in het mandje. En toen….en toen gebeurde iets waarbij ik mijn misplaatst sadistisch revanche-gevoel kon botvieren. In een ietwat donkere hoek van de ontbijtzaal, twee tafels verder, zat een muis te knabbelen aan een stukje kaas dat wellicht van het buffet was gevallen.

Ik kon mijn slecht karakter niet bedwingen. In mijn mooiste Duits sprak ik de ontbijt-kelner aan: “ Frühstücksmeister, da sitzt eine Maus!”. De man, in zijn mooie zwarte kledij, schrok, werd even bleek en zei: “Unmöglich, Sir, das ist wirklich nicht möglich! “. Die man was net niet zwaar beledigd. Maar precies op dat moment liep die ene muis van de ene kant van de zaal naar de andere kant, recht in het gezichtsveld van de ober. Met vier grote zware stappen probeerde die arme man die muis te volgen, maar dat lukte natuurlijk niet. De ober verdween even in de coulissen en kwam een halve minuut later terug met drie collega’s die zich elk in een hoek van de zaal opstelden en voortdurend met zware bijna militaire stappen rondwandelden. De muis liet zich natuurlijk niet meer zien.
De volgende morgen werd het ontbijt opgediend in een andere zaal, zeven verdiepingen hoger. De ober kwam discreet aan onze tafel en verontschuldigde zich, namens het hotel en hemzelf. Toen we terugkwamen op onze kamer, lag daar een klein doosje met heerlijke pralines voor mijn vrouw en voor mij een fles Oostenrijkse wijn. Mijn revanchegevoel sloeg om in een humoristisch medelijden met die stijlvolle ober.
We zijn nooit meer naar dit hotel teruggekeerd. Niet omwille van de muis, wel om zijn prijsklasse. Wenen bleef ons bekoren en we keerden er graag terug.
Eerlijk toegegeven, mijn vrouw en ik hebben, ook vandaag nog, ons hart verloren aan Wenen. Er is zoveel moois te zien. Het is zo’n warm aanvoelende kunststad. En het is bij die ene verloren gelopen muis gebleven. Maar het blijft een vrolijke herinnering.
—----------
Enzo Farina heeft nog samengewerkt met “de” grote Louis-Paul Boon op de redactie van de krant Vooruit. Daar leerde hij de typische stijl van het cursiefje. Wil je reageren op zijn cursiefjes die hij hier voor Seniorennet neerpent, kan dit op het emailadres; cursief@gmail. com. Hij is ook de auteur van twee boeken. Het eerste met 55 volkse verhalen. Het tweede een heuse roman met een groot Utta Danella-gehalte.





