Ik was zowat twaalf of dertien jaar toen de dokter vaststelde dat ik een acute blindedarmontsteking had. En dus moest dat ding er meteen uit.
Ik werd opgenomen op de kinderafdeling van het ziekenhuis uit de regio dat toen nog behoorde tot een kloosterorde. Zowat alle verpleegsters waren nonnekes.
Er was één kleine organisatorische moeilijkheid want ik was het enige kind op de hele kinderafdeling. Dat mocht op zich geen probleem vormen. Tijdens de dag liep af en toe een zuster mijn kamer binnen of in de namiddag waren mijn ouders bij mij.
Ik, jonge snaak, ik was wel een probleem voor de nacht. Er was weinig of geen personeel. Men kon toch moeilijk een volledige nachtdienst inschakelen voor één kind. Er werd heel vlug een oplossing gevonden. Er zou tijdens mijn (toen nog) week lang verblijf in dat ziekenhuis een verpleegster-kloosterzuster in mijn kamer komen slapen.
De kloosterzuster werd aan mijn ouders en aan mij voorgesteld. Het was een heel jonge kloosterzuster met een echt knap gezichtje en een heel lieve glimlach. Ze had een groot ‘ bruin -wit’ kleed aan dat tot op de grond reikte, bruine sandalen en een enorme grote kap op het hoofd die bijna haar hele voorhoofd bedekte.
Het zusterke kwam mij steeds ‘s avonds rond acht uur zeggen dat ik moest proberen in te slapen. Zij vertelde mij ook dat ze nog wat werk had in het bureel en binnen een uur zou komen slapen zodat ik niet bang of ongerust moest zijn alleen op die grote kinderafdeling. Geloof het of niet.....ik wou niet slapen vooraleer dat nonneke in mijn kamer kwam.
En ja hoor, een uur later kwam ze heel voorzichtig bijna geruisloos mijn kamer binnen. Ik kneep mijn ogen toe alsof ik in een diepe slaap was. De zuster kwam tussen de twee bedden staan en trok het groot lang wit gordijn dicht. Ik hoorde kledij ritselen, nog een lawaai dat ik niet kon thuisbrengen en toen....toen ging de zuster naar de lavabo in de hoek van de kamer......Ik kon haar prachtige krullen bewonderen nu die kap er niet meer was. Die jonge kloosterzuster had echt een knappe bos haar. Zonder die grote kap leek ze net zoals alle jonge dames die ik kende. Ze had ook een lang wit slaapkleed aan.
Mijn operatie verliep goed. Ik had wel een lelijke snee van ruim 10 cm in de rechter onderkant van mijn buik. Ik moest, zoals voorzien, enkele dagen in dat ziekenhuisbed blijven liggen. Maar iedere avond herhaalde zich hetzelfde tafereel: ik deed alsof ik sliep. Dat mooie nonneker deed het gordijn tussen onze bedden dicht en waste zich dan nog een beetje aan de lavabo zonder haar kap. Ik keek telkens naar haar mooie haren en haar lange witte slaapkleed. Natuurlijk vertelde ik mijn mama mijn belevenis en hoe knap dat zusterke wel was ….in haar nachtkledij. Mijn moeder lachte hard met mijn verhaal.
Na een week mocht ik naar huis. Ik stond klaar om te vertrekken toen dat mooie zusterke afscheid kwam nemen van haar enige patiënt. Toen gebeurde iets wat ik totaal niet had verwacht. Mijn mama zei tegen dat jonge zusterke dat ik nog iets moest vertellen.....” En zei mijn mama met een grote glimlach: “ Vertel maar wat je ’s avonds altijd nog wou zien vooraleer in te slapen.” Ik zal wel bloedrood geworden zijn toen ik dat jonge nonneke aankeek en zei: “ Ik wou altijd weten hoe een nonneke eruit ziet zonder die kap op het hoofd…!”. Dat jonge zustertje schaterde het uit en zei:” En jij hebt iedere avond door spleetoogjes gekeken hoe ik mij aan die lavabo klaar maakte voor de nacht......Ik zag wel in de spiegel hoe je mij in de gaten had. “
Om mij uit de situatie te redden, kon ik alleen nog maar stamelen:” Maar zuster, je hebt echt schoon haar.” Toen ik enkele weken later op controle moest, kwam ik “ mijn “ zusterke tegen en toen zei ze:” Wel, jongeman, je was een brave patiënt....maar ik ben toch gelukkig dat ik opnieuw in mijn eigen kamerke mag slapen. Daar is het rustig en is er geen kwajongen die doet alsof hij slaapt om toch stiekem naar mij te kijken!”
Met een bloedrood hoofd gaf ik dan als dank voor de goede zorgen een doos pralines aan dat lieve nonneke. Het zusterke knipoogde lachend naar mijn mama, maar ik had het wel gezien.
Ik ging toen naar huis met één grote wetenschap:” Jonge kloosterzusters zijn wel heel knap als ze die grote kap maar niet op hun hoofd hebben.”
En ik kan het weten want ik heb zeven nachten geslapen met een kloosterzuster in mijn kamer.





