Er bestaat voor dat dametje een Franse uitdrukking: “ Un petit bout de femme”. Zo was ze echt. Een vrouw met een kleine gestalte maar met een ongelofelijke werkkracht, inzet en altijd welgezind. Hoe oud ze vandaag precies is weet ik niet, maar ik vermoed toch dicht tegen de honderd.
Haar leven was niet altijd rooskleurig geweest. Ze was iets van rond de veertien toen ze al moest gaan “ dienen “ bij rijke mensen. Ze moest daar meehelpen in het huishouden. Er waren in dat gezin ‘kinderen van haar leeftijd’ maar die liepen wel iedere dag school. Ons meisje niet. Zij moest helpen afwassen, borden, tassen, pannen…en alles met de hand want afwasmachines bestonden toen nog niet.
Ons dametje had ook een broer en een zus. Het gezin viel echter heel vroeg uiteen. Haar enige broer vertrok naar ergens in Wallonië. Haar zus belandde ergens in Canada. Heel af en toe stuurden ze mekaar een briefje. Soms al eens een nieuwjaarskaartje. Het contact verwaterde echter doorheen de jaren, alhoewel ons dametje altijd zei:” Ik zou nog zo graag eens mijn broer en mijn zus terug zien!”
Ik leerde haar kennen toen ze het “ office “ deed in een groot vakantiecentrum waar ik als directeur werd benoemd. Zij werkte mee in de keuken. Zij hield de werktafels proper, zij schuurde iedere dag na elk middag- en avondmaal de vloeren en vooral zij zorgde dat de honderden vuile borden en bestek zo snel als mogelijk bij de afwasploeg terecht kwamen. Het was een mensje met gouden handen en een ongelofelijk karakter. Nooit stond ze stil, altijd was ze in beweging. Was het kalm in de keuken, dan kroop ze op een stoel om de ramen te poetsen of om dozen met kruiden en specerijen beter op een rij te zetten.
Als er in het restaurant driemaal per dag meer dan tweehonderd mensen aan tafel aanschuiven, dan kun je best bij het afruimen geen tijd verliezen. Acht, negen opdiensters vlogen aan en af. Het “office “ was dan een echte draaischijf. Restjes van het eten wegvegen, glazen mooi rangeren, couverts in de juiste afwasmanden leggen….Genoot ons dametje van een verlofdag, dan merkte je dat in de keuken. De chef was al iets meer gespannen, de afwasploeg riep al vlug waarom de vuile borden zo traag bij hen raakten….
Ik vroeg haar of ze het adres van haar broer en zus nog had. Ze zei dat het bij haar thuis “ nog wel in één of andere schuif” zou liggen. Enkele dagen later bracht ze het postadres mee van haar zus, ze vond niets terug van haar broer. Na veel zoek- en speurwerk, vonden we het telefoonnummer van haar zus in Canada. Ik belde de zus. Ik vroeg haar of we een moment konden afspreken waarbij ze samen aan de telefoon zouden kunnen komen.
Toen was het de verjaardag van ons dametje. Met alle collega’s van ons vakantiecentrum dronken we een glas op haar gezondheid. Ze zat er glunderend bij. Het was nog niet het tijdperk van de gsm’s of de laptops. Ik belde vanuit mijn bureel haar zus op. Ik beloofde haar binnen vijf minuten terug te bellen met haar zus naast mij. En dat gebeurde ook. De eerste minuten waren ontroerend…ons dametje kwam bijna niet uit haar woorden van emotie…maar na enige minuten was het ijs gebroken. We lieten haar alleen. Een poosje later kwam ze terug, daar waar we met alle collega’s samenzaten. Ze had wat rode ogen. Ze zei eerst niet veel. Maar een beetje later:” Ik ben toch zo gelukkig dat ik mijn zus nog eens heb gehoord!”.
Toen zij op welverdiende rust ging, ben ik haar uit het oog verloren. Maar heel toevallig op een mooie zomerdag, zag ik haar onlangs op de markt wandelen. Ze deed inkopen voor een vriendin. Ze glimlachte naar mij en zei: “ Ik ben er nu 92 maar ik voel me nog goed. En zolang ik gezond ben, probeer ik mensen wat te helpen. Kijk, ik ga nog tweemaal, in de week gaan ‘kuisen ‘ bij een oud madammeke van 96. Zij kan het zelf niet meer…en ik wel!”
Plots dacht ik vandaag aan haar want er schoot me een uitdrukking van haar te binnen waarmee ik nog hartelijk moest lachen. Iemand van haar collega’s had ooit gevraagd hoe er werd gevreeën in haar jonge jaren, toen de pil nog niet bestond. Ze had eens ferm gelachen en ze zei: “ We namen de tram van Oostende naar Blankenberge…maar we stapten af in Wenduine!”
Zo’n mens kan je nooit vergeten.
Enzo Farina kijkt altijd uit naar reacties van lezers van zijn cursiefjes. Je kan dit doen via het mailadres info.cursief@gmail.com.
Enzo schreef ook twee boeken. Eén met 55 volkse verhalen en een heuse vlot lezende roman “ Ludo en Carla “. Meer info? Even de cover van het boek aanklikken hiernaast.





