Ik was zestien of zeventien. Ik ‘zat’ in het vijfde middelbaar. In die school was er een jaarlijkse toneelopvoering waarbij eigen leerlingen de toneelacteurs waren. De verschillende leerkrachten kozen elk jaar een heel aantrekkelijk toneelstuk en maakten een selectie van leerlingen die het best in de personages pasten.
De school zocht altijd een sterke regisseur. Dat jaar was het Remi Van Duyn, een beroemde Vlaming die toneelstukken voor grote theaters en zelfs voor de toenmalige BRT regisseerde.
Remi Van Duyn was echt een indrukwekkende man. Een heel groot postuur, nogal zwaar en een speciale haarcoupe die meteen aangaf dat hier een kunstenaar voor je stond. Mooie blinkende grijze haren, vooraan wat korter maar vrij lang nekhaar dat licht omhoog krulde. Een zware basstem en twee ogen die autoriteit uitstraalden.
We moesten voor hem als kennismaking een tekst lezen in een mooie rechtopstaande houding. De leraar Nederlands stond Remi Van Duyn bij met allerlei commentaar, maar zo stil dat wij er niets van konden horen.
Ik kreeg de hoofdrol. Ik was de detective en ik moest een reeks moorden oplossen. De repetities verliepen vlot. In de eerste periode zaten we met alle spelers rond de tafel en konden we de tekst uit een boekje lezen. Als je even haperde keek Remi Van Duyn je zo streng aan dat je de volgende zinnen beslist foutloos en met de juiste intonatie kon uitspreken. Al na enkele lezingen moesten we onze teksten uit het hoofd leren.
De volgende stap was het acteren op de scène. Het begin van een echte regie. In onze gewone kledij leren waar we moesten staan, hoe we moesten bewegen. Voor enkele leraren kwam de opdracht om de belichting van de scène op punt te zetten. Het toneelstuk groeide langzaam.
Toen kwam er voor mij ineens een groot probleem. Remi Van Duyn vond dat ik als detective, een ‘betere’ versie van Sherlock Holmes, een pijp moest roken. Vandaag kan je je niet meer inbeelden dat er gerookt wordt op scène. Toen kon dat wel nog. Voor mij was dat een enorm probleem. Ik had in mijn leven nog nooit gerookt, noch een sigaret en al zeker geen pijp. Remi Van Duyn had echter geen medelijden. Tegen de volgende repetitie moest ik een pijp en tabak meebrengen en hij zou mij wel leren hoe ik een pijp moest roken.
Mijn moeder lachte zich een bult. Haar zoon, die nooit rookte noch alcohol dronk, moest nu een pijp roken…en dan nog op de scene en voor een groot publiek. Ik denk dat het de eerste keer is dat Remi van Duyn is moeten afstappen van zijn plan om een pijp-rokende detective op scène te brengen. Ik probeerde echt die ellendige pijp te roken, maar elke keer eindigde dat in een zware hoestbui die deed vermoeden dat ik een echte longpatiënt was.
Het toneelstuk was een echt succes. Hoeveel moorden ik heb opgelost in dat toneelstuk herinner ik me niet meer, ik weet zelfs de naam van het stuk niet meer. Ik herinner me nog vaag dat ik wel verliefd werd op één van de meisjes die een “ toneel-moord “ had gepleegd. Helaas is die school-liefde van korte duur geweest. Mijn toneelcarrière trouwens ook.
Komedie spelen is blijkbaar niet echt niet mijn ding.





