Zowat een halve eeuw terug was ik directeur van een mooi vakantiecomplex in La Roche, het hart van de Ardennen. Ik was toen 27. De sociale organisatie, een vakbond, waarvoor ik toen werkte, had enkele jaren eerder een oud kasteel gekocht met ruim 10h grasvelden errond. Het lag ideaal langs de oevers van de Ourthe, op nauwelijks tien minuten stappen van het centrum van La Roche.
Het vakantiedomein werd vooral bezocht door leden van die vakbond. Ze kregen immers een aanzienlijke korting op de verblijfkosten. Luxueus was het domein niet. Maar de grote troef van het hotel was dat we een sublieme keuken hadden, een groot goed onderhouden grasveld waar reusachtige bomen stonden die wellicht eeuwen oud waren, een mooi zwembad, de animatie die wij er organiseerden en natuurlijk het stadje, La Roche zelf, dat het kloppend hart was van de Ardennen.
Je kon telkens vanaf 1 januari reserveren voor de volgende zomer. Tegen het eind van januari zat het hotel voor juni, juli en augustus al bomvol. Families met kinderen kregen voorrang, senioren werden aangeraden om juni en september als vakantiemaanden te nemen. En dat lukte wonderwel.
We moesten soms voor redder spelen. Zo herinner ik mij een Oostendse familie, echte wandelaars, die een tocht rond de “ Barrage de Nisramont “ hadden gepland. Met enkele andere families waren ze, meteen na het ontbijt, vertrokken. Ze hadden een picknick mee. Lachend vertelden ze me dat ik hen moest zoeken, moesten ze rond zes ‘s avonds nog niet terug zijn. En geloof me of niet…ze waren nog niet terug…Ik mobiliseerde enkele klanten, enkele personeelsleden en de lokale politie en onze zoektocht kon beginnen. Na ruim een uur vonden we de groep terug. Uitgehongerd, doodmoe…versleten tot op de draad. Wat was er gebeurd? Ze hadden de goed bewegwijzerde weg niet willen volgen en na een stevige wandeling kwamen ze tot de ontdekking dat ze de weg in de bossen kwijt waren. Hun drank en hun broodjes waren op. Van de honger hadden ze zelfs rauwe aardappelen gegeten. Eénmaal in het hotel aangekomen, konden we pijnlijke voeten verzorgen. De keuken had extra werk om die groep een stevige maaltijd te geven en van ons kregen ze nog een extra glas wijn aangeboden. Eind goed, al goed.

We hadden twee succesvolle animatie-activiteiten. Op woensdagmiddag was er de voetbalwedstrijd van de vaders tegen de zonen. Op donderdagavond was er de traditionele T-Dansant. De voetbalwedstrijd was bedoeld om een plezante activiteit te hebben, maar zo dikwijls gingen de vaders en de zonen zo in die wedstrijd op dat we voortijdig moesten affluiten om “ ongelukken “ te voorkomen. En het “ Spel zonder Grenzen” op ons zwembad blijft legendarisch.
Wat me, bijna vijftig jaren later, nog zo’n genoegen doet, is dat nog verschillende personeelsleden uit de tijd van toen mij dit nieuwjaar nog hun beste wensen stuurden, en meestal met enkele anekdotes erbij. Zo slecht zal ik het toen wel niet gedaan hebben.
Vandaag is La Roche niet meer het kloppend hart van de Ardennen. Durbuy zuigt met een enorme toeristische machine heel veel volk naar dat kleine stadje. La Roche blijft wel met zijn camping-aanbod nog steeds een sterke trekpleister.
Het kasteel, waar ik toen werkte, is vandaag helemaal gerenoveerd. De aangeboden formules zijn uitgebreid. Nu kun je er reserveren in hotelkamers, maar ook in appartementen, bungalows, camping…diverse soorten restaurants.
Voor mij blijft dit echte nostalgie. En eerlijk, ik blijf mooie herinneringen koesteren aan mijn Floreal-La Roche-periode.




