Wellicht ken jij ook tien mopjes over schoonmoeders? Schoonmoeders zijn bijna allemaal wezens waarover een cynische wind waait. Als zowat iedereen de Nederlanders gierig noemt, zo glimlacht quasi elke mens als men het over zijn ‘schoonmoeder’ heeft. Er zweeft een vreemde aureool rond die naam.
Maar ik heb een schoonmama uit de duizend. Zij werkte jarenlang als thuisverpleegster. ‘s Morgens vroeg insulinespuiten geven, oudjes gaan wassen en dan ‘s avonds laat nog sukkelaars helpen in bed steken. Ook haar man had een zware job en was vaak weg van huis. In het gezin waren er zeven kinderen. De oudste dochter bleef thuis. Zij deed het huishouden terwijl de andere zes broers en zussen hogere studies konden doen.
Toen ik de oudste dochter leerde kennen, had mijn schoonmama grote reserves tegenover haar mogelijke eerste schoonzoon. Misschien te begrijpen want haar gezin woonde in de rand van Brussel, en daar fronsen ze wel meer dan één keer de wenkbrauwen als ze zien hoe allochtone jongeren soms bezig zijn. En een (halve) Italiaan die neerdaalt in een hechte traditionele Vlaamse familie was, voor mijn schoonmama, niet meteen geruststellend. Maar toen ze éénmaal met mij had kennisgemaakt, werd ik met open armen en met een warm hart ontvangen, én door de pater familias én door de mama van het gezin.

We hebben samen vele gelukkige jaren beleefd. Toen stierf haar man, mijn schoonvader. Het was een zware slag die ze niet echt te boven is gekomen. Ze was toen 86 en probeerde nog enige tijd alleen in het appartement te blijven waar ze, samen met haar man, zo vele mooie jaren had gekend. Helaas lukte het niet.
Ze werd opgenomen in een rusthuis. Men noemt dat nu galant een “ Woon- en Zorgcentrum.” Zij had daar een andere naam voor. Het duurde zijn tijd vooraleer schoonmama wou aanvaarden dat dit toch de beste oplossing voor haar was. Het feit dat zij in het WZC vele voormalige patiënten terugzag en het verplegend personeel haar aansprak met haar koosnaampje “ moeke “ , maakte dat zij het toch als een echt nieuwe thuis ervaarde.
Mijn eigen moedertje is er niet meer. Toen ze stierf en mijn schoonmama mij in haar armen nam, troostte ze mij. Ik was mijn eigen mama kwijt, maar mijn schoonmama zou er altijd voor mij zijn. Soms als ik nu haar gerimpelde handen vastneem, fluistert ze: “ Je hebt mij altijd graag gezien, precies of ik je eigen moeder was.” En dan weent ze stilletjes…
Enkele maanden terug stierf haar jongste dochter. Een nieuwe mokerslag. Is het door het verdriet of door de leeftijd, maar nu verliest ze langzaam aan haar geheugen. Stap voor stap geraken we ze kwijt, beetje bij beetje. Ze is er nu 98. Een gesprek lukt wanneer je naast haar zit. Je merkt evenwel dat haar geheugen niet meer normaal functioneert. Ze gaat vijf keer vragen waar wij wonen ? Tien keer of we kinderen hebben ? Of we kleinkinderen hebben en wat hun naam is? En dan zegt ze:” Ik begin alles te vergeten en ik heb het moeilijk om te ademen….”

We bellen haar elke avond. Vroeger om 21 uur. Wat later vroeg ze om haar wat vroeger te bellen, zo rond 20 uur. Nu is het meestal iets na zeven. Dan is ze vermoeid. De conversatie is meestal erg kort omdat ze ook hardhorig is geworden. Maar ze is zo pienter dat ze zelf direct haar verhaal doet: “ Ik ben naar de cafetaria geweest. Wie van mijn kinderen is geweest, en ik wil nu in mijn bedje zal kruipen!” Zo ontwijkt ze diplomatisch alle vragen.
De klok tikt verder. De zandloper laat het zand met de seconden, met de minuten wegglijden. Is in de bovenste bol nog zand? Ja, maar toch niet zoveel meer….




