Rocco, mijn kleinzoon van zeven, was vandaag een paar uur met mij alleen. Dat zijn van die momenten waarbij hij graag digitale spelletjes speelt op mijn computer. Soms daagt hij me uit en dan spelen we een spannende ‘vier op een rij’ of een zware ‘zeeslag’. Maar af en toe hebben we een bijna psychologisch gesprek. Ik sta soms verbaasd hoe een zevenjarige zo’n ernstige kijk kan hebben op zijn omgeving.
‘Nonno’ is de Italiaanse term van opa. Wij, de grootouders, en ook mijn twee dochters respecteren nog graag onze origine en dus hebben wij een zevenjarige ‘Rocco’ in de familie en een driejarige ‘Victoria’. Elke tweeling dochter heeft één kindje.
Deze namiddag waren mijn vrouw en ik kinderoppas. Rocco vroeg of hij bij ons mocht komen. Wij hebben graag onze kleinkinderen rondom ons, dus zijn Rocco en Victoria altijd welkom. Toegegeven, als je ze alle twee samen in huis hebt, is het soms hectisch. Als je de twee elk afzonderlijk in huis hebt, is het meestal heerlijk ontspannend. In ieder geval houdt hun aanwezigheid ons jong en alert.
Vandaag had Rocco blijkbaar zin in een gesprek met zijn nonno. Hij nam een stoel en zette zich naast mij aan de keukentafel. Of hij iets mocht vragen?
Het klonk vrij ernstig: “ Nonno, je hebt toch veel geluk, hé! Je bent al 76. Dat is toch al heel oud. Oma-sterretje ( de mama van zijn papa ) is gestorven toen ze net zestig werd. En opa is in het rusthuis en herkent mijn papa niet meer!” Ik moest even slikken.
Rocco aarzelde even en zei toen:” Nonno, je gaat wellicht niet meer lang leven. 76 is toch al heel oud. Ik ken niet veel mensen die nog ouder zijn dan jij!” Ik trok grote ogen. Wat moest ik daar nu op antwoorden:” Maar, Rocco, nonno voelt zich nog vrij goed. We spelen toch nog samen. We wandelen nog samen en we gaan binnenkort samen naar Pari Daisa!” Ik dacht dat ik al mijn troeven had uitgespeeld, maar neen. Zegt Rocco: “ Maar nonno, je bent toch echt ziek. Je gaat drie keer in de week naar het ziekenhuis om daar aan de machine te liggen. Als je dan thuiskomt, ben je meestal niet zo goed!” Eerlijk, ik viel bijna van mijn stoel. Maar Rocco ging nog verder:” Weet je, nonno, als je gaat sterven, dan zal ik hard wenen. Ik zal hard schreien want ik zie je zo graag. Jij bent mijn beste vriend!”
Rocco keek me met grote ogen aan. Ik wou het gesprek verleggen. Ik stelde hem voor om een digitale voetbalmatch te spelen. Het ging er meteen hard aan toe. Bij elk digitaal doelpunt hoorde je luid gejuich ongeacht wie er had gescoord.
Rocco won de meeste voetbalwedstrijden. Hij was apetrots want hij speelde voor Italië en ik had Brazilië gekozen. En grootvaders weten best wanneer ze hun kleinzoon een pleziertje moeten gunnen. En hij gunde mij ook een complimentje:” Nonno, je bent wel oud, maar je kunt nog goed spelletjes spelen op de computer!”
Toen vroeg hij of hij in het ligbad mocht. “ Ik lig graag in het bad. En wil je naast mij zitten, op een stoel en een verhaaltje vertellen?”
De grote levensvraagstukken waren ver weg, weggespoeld met het badwater. Alleen bleven ze bij mij wel nog wat nazinderen.
Mijn vrouw vond wel dat ik stil was.




