Mijn zusjes zijn wat jonger dan ikzelf. Mijn oudste zus is vier jaar jonger en het "kakkernestje" elf jaar. We hebben het van thuis uit geleerd: we houden van een lekkere keuken. Mijn papa was Italiaan uit de Puglia en mijn mama was een rasechte Vlaamse. Het is dan ook niet te verwonderen dat wij opgegroeid zijn in een half Italiaanse en een half Vlaamse keuken.
Mama en papa gingen graag op restaurant. Van sterrenniveau was toen weinig sprake. Wij hielden het bij mosselen of kabeljauw als we een uitstap deden naar zee. Of we gingen al eens tot in Noord-Frankrijk voor een zeevruchtenschotel. Maar Italiaans eten…dat was altijd bij ons thuis. Ons mama had enkele jaren in Zuid-Italië gewoond en wist hoe ze heerlijke zuiderse schotels kon serveren. Ook mijn vader was een super amateurkok.
Het was altijd feest als de Italiaanse familie een pak Italiaanse kruiden, olijfolie of wijn van de streek opstuurde. Eén keer was het toch een drama. ‘Nonno’ had een vat wijn opgestuurd. Vijftig liter Negroamaro-wijn van zijn eigen druiven. En dat vat kwam maar niet aan. Na veel heen en weer telefoontjes bleek de wijn in de douanedienst te liggen in Kortrijk en mijn papa mocht het daar ophalen. Toen hij daar aankwam, kreeg hij een leeg vat. Blijkbaar was het daar in het douane-kantoor leeggedronken want rond de kurk zat nog een natte vod. Een grotere ontgoocheling was op dat moment niet mogelijk.
Mijn ouders kookten graag en heel wat vrienden kwamen bij ons de Italiaanse keuken ontdekken. Cozze ripiene (opgevulde mosselen in tomatensaus) of Agnello brodettato ( amsvlees met citroen) of de zelfgemaakte limoncello. We kweekten zelf courgettes die hier toen nog niet bekend waren. Courgettes kregen in mijn dorp zelf de bijnaam “ nino’tjes “ naar de naam van mijn vader.
Toen ik werd aangesteld in een directiefunctie in een sociaal vakantiecentrum was ik net 25. Ik nodigde mijn oudste zus uit om met mij op stap te gaan. Bestemming: het toenmalige pretpark “ Meli” intussen Plopsaland. En ja, na heel wat attracties te hebben gedaan was het tijd om te eten. De keuze was daar toen heel beperkt en het werd “ Biefstuk met fijne erwtjes en frietjes.” Het zou een heerlijke maaltijd worden, maar…die biefstuk moet van een stokoude rund zijn gekomen want oertaai. Toen mijn zus toch heftige pogingen deed om het vlees te snijden, schoot haar mes uit en meteen vlogen alle erwtjes meters ver in het rond.

Ik zou ook eens met mijn jongste zusje op stap gaan. Zij koos als bestemming Sluis want als veertienjarige wou ze eens in die lange winkelstraten wandelen. Natuurlijk stapten we ‘s middags een restaurant binnen. Het was mooi en warm aangekleed. We zouden mosselen eten. Een ober in zwarte livrei en strak wit hemd, kwam ons de kaart brengen. Mijn jongste zusje is echter een flapuit ( nu ook nog) en zei meteen: “ Ik wil mosselen natuur met een warme chocolademelk!” Ik zag de ober even slikken. Het werd dan toch rechtgezet met “ mosselen en een frisdrank!”
Het is goed gekomen met mijn twee zusjes. De ene is een gewaardeerd experte in de culinaire wereld, de jongste woont nu sinds kort in de Puglia. De aantrekkingskracht van de zon en de heerlijke keuken hebben het gewonnen op de regen en de kou van Vlaanderen.
Weet je wat mij vandaag nog gelukkig maakt? Mijn tweelingdochters, vandaag 37, zijn ook echte genieters van een heerlijke keuken. En vooral ze genieten van onze eigen traditionele Vlaamse gerechten als van de Italiaanse keuken…..en wijn.
De appel is hier niet ver van de boom gevallen.





