Eén keer per jaar trok ons gezinnetje vroeger naar Zuid-Italië om weer eens samen te zijn met de Italiaanse familie van mijn papa. Mijn mama was een echte Vlaamse uit Elverdinge, mijn papa een echte Pugliese. De reis was op vele vlakken een grootse onderneming. Ik was een jongetje van ergens tien, twaalf jaar. Mijn zus was er toen vier minder. We spreken van de jaren 1960-1965.
De auto was op dat moment nog niet ons vervoermiddel. Wagens waren duur maar vooral de afstand, toch 2.400 km, maakte dat er moest gereisd worden met de trein. We hadden zelfs een eigen slaapcoupé.
Ik zie nog mijn ouders rond de tafel zitten om hun centen te tellen. Hebben we genoeg om het treinticket te betalen? Hoeveel kunnen we dan nog ter plaatse spenderen ?
Ik herinner me nog dat mijn ouders ooit meenden dat hun budget te klein was om naar de Puglia te reizen, naar de ouders, broer en zussen van mijn vader. Mijn vader had daar zo op gehoopt maar het kon niet. Drie dagen treurde hij echt. Maar plots was er een vriend die hem duizend frank toestak met de melding:” Je geeft het maar terug als het je past!” Ineens was het alsof de zon veel harder scheen dan de dag ervoor.
In Brussel moesten we een internationale trein nemen die over Luxemburg, Bazel, Milaan en dan langs de Adriatische kust reed. Mijn ouders hadden wat eten en drank mee, vooral om onderweg zo weinig mogelijk te moeten aankopen. En de kleine Enzo kon onverwachte hongertjes krijgen….
Onze reis duurde drie dagen en twee nachten. Vandaag vlieg je vanuit Charleroi naar Brindisi in minder dan drie uur en de reiskosten zijn veel minder dan toen.
Mijn ouders hadden wel een probleem. Toen, en lach nu echt niet met mij, waren de toiletten in die internationale trein gewoon een toilet met een open buis waarlangs alles rechtstreeks op de grond terechtkwam. Maar dat maakte zo’n lawaai dat ik, kleine peuter, niet op dat toilet durfde gaan zitten, vooral met de schrik dat ik erdoor zou vallen. Ik zal u niet vertellen hoe mijn ouders dat hebben opgelost. Maar laat je verbeelding maar werken….
Eénmaal aangekomen in het station van Francavilla-Fontana stond de hele familie ons op te wachten. Onze Italiaanse grootouders, de broer en de drie zussen van mijn papa…zelfs de buren stonden in hun deurgat te zwaaien als we voorbij kwamen.
Geloof me of niet, maar elke keer was de eerste avond bij onze Italiaanse familie onvergetelijk. Iedereen had iets klaargemaakt wat wij graag aten. En onze nonno tapte van een groot wijnvat van 250 liter de ene volle kruik na de andere vol….zelfs ik kreeg een glas voor de helft gevuld met wijn en voor de andere helft met limonade. Het resultaat was dat de kleine Enzo na een uur in zijn bed moest worden gestopt omdat hij volledig was gesneuveld.
Vandaag zijn de tijden erg veranderd. Mijn grootouders zijn gestorven, mijn ouders ook. Toch blijft de band met Zuid-Italië zo nauw. Mijn jongste zus heeft twee maanden terug Vlaanderen vaarwel gezet om in Francavilla-Fontana een mooi stuk grond te kopen met olijfbomen, druivenvelden en een grote trullo erop.
Alleen…..ik geraak ginder niet en dat maakt me soms verdrietig. Ik heb nierinsufficiëntie en moet driemaal in de week dialyse ondergaan.
En echt waar, elke avond, werkelijk elke avond is er wel één of ander Italiaans familielid die me een whatsap bericht stuurt, of waarmee ik via het meetprogramma op mijn computer een babbel doe.
Misschien ben ik vandaag wat sentimenteel. Misschien verlang ik naar de grond, de geur en de hartelijkheid van de Puglia…..en ben je wat down als het niet zo makkelijk lukt.
Morgen wordt het beter. Misschien is er wel een vriend die met mij op de koffie wil…ergens op een terrasje met zicht op de zee…





