Leve petanque…
Achterom kijken als je ruim veertig jaren in het “sociaal toerisme“ hebt gestaan, dan herbeleef je een hele reeks anekdotes, leuke en minder plezante.
In het allereerste jaar van mijn Floreal-La Roche periode, moest onze kleine vrachtwagen worden gekeurd. Hij was al meer dan tien jaar oud. De carrosserie was een beetje verroest, maar het ding deed nog altijd zijn werk. De tuinmannen maaiden het gras en voerden het in grote manden weg…in ons autootje. De vuilniszakken die op het domein stonden werden iedere dag opgehaald en weggevoerd…in dat oude camionetje.
Wat moest gebeuren, gebeurde hier ook. De enige lokale garage in La Roche zette ons wagentje klaar voor de technische keuring. Een tuinier reed er vol vertrouwen mee naar Marche-en-Famenne. De man reed het keuringsstation binnen. Blijkbaar geen enkele bemerking. Oef. Onze brave chauffeur wou vertrekken. Hij wilde de eerste versnelling nemen maar toen gebeurde het onvoorspelbare…. de versnellingspook brak af. Enkele bedienden van het keuringsstation hebben ons wagentje dan maar buiten geduwd met de melding:” Dat zal dan ook de laatste keer geweest zijn dat je met dat oud beestje hier nog komt!" Enkele maanden later konden we gelukkig pronken met een nieuwe (weliswaar tweedehands) lichte vrachtwagen. Eind goed, al goed.
Tijdens de maanden juli en augustus organiseerden we om de veertien dagen een “Spel zonder Grenzen" op het mooie zwembad van Floreal-La Roche. We knutselden zelf de hindernissen in elkaar. Zo was er elke keer een steekspel voorzien. Onze animatoren hadden een vlot gebouwd waarop elke partij moest proberen de andere partij in het water te duwen. Een veegborstel diende als lans. Het waren hilarische momenten. Als directeur was ik altijd de voorzitter van de ‘objectieve’ jury. Op een avond had ik het gevoel dat er iets op til was. Sommige gasten hadden (te) veel plezier en er waren wat personeelsleden, die anders na het werk vlug naar huis fietsten, maar deze keer aan de boord van het zwembad tussen de gasten bleven zitten. Het was een schitterende avond. De sfeer was uitbundig met een pak joelende toeschouwers aan de zijkant. Ik mocht één van de groepen tot winnaar uitroepen en de symbolische beker overhandigen. En toen gebeurde wat ik helemaal niet had zien aankomen. Een groep toeschouwers, alle spelers en enkele personeelsleden kwamen rond mij staan en gooiden mij het zwembad in. Blijkbaar hadden ze vooraf goed afgesproken. Met mijn schoon kostuum, schoenen en alles wat een mens maar draagt vloog ik het zwembad in. Ik was de attractie van de avond. Kun je geloven dat nadien er toch werd verbroederd in de bar van het vakantiecentrum…. ik wel in een ander pak.
De voorzitter van de vakbond en Roger, de hoofdboekhouder, waren twee fervente petanquespelers. Geen van beiden verloor graag. Ze waren bovendien slechte verliezers. Op een mooie zomeravond hadden ze elk een ploegje rond zich gevormd van ‘betere' petanquespelers. De voorzitter en de boekhouder kwamen overeen om te spelen tot er twintig punten verschil zou zijn. De afspraak was dat de verliezers de volgende dag de andere zouden trakteren op het aperitief. De wedstrijd begon om 21 uur stipt. Het werd een spannende strijd. Zo rond de klok van elf werd het donker en begon het moeilijk te worden om het “cochonette” ( dat kleine balletje waar je de petanqueballen naartoe moet gooien) nog te zien. De voorzitter was aan het verliezen en dat slikte de man niet. Hij vroeg om kaarsen en lampen rond het petanqueveld te plaatsen. De strijd werd heviger met elke partij die erbij kwam. De sfeer was uitbundig en gespannen. Wie zou er winnen? Hoe later op de avond, hoe meer toeschouwers de spelers kwamen aanmoedigen. Rond middernacht heb ik dan maar voorgesteld om de wedstrijd te beëindigen met een diplomatisch gelijkspel. Noch de voorzitter, noch zijn adjunct wisten wellicht zelf niet meer wat de stand was. ‘s Anderendaags hebben de beide ploegen eerst geaperitiefd, nadien lekker gegeten en ….'s avonds een nieuwe match gespeeld.
Niet alles was altijd rozengeur en maneschijn. Als je dagelijks een paar honderd gasten in huis hebt, dan heb je al wat materiaal nodig. "Brussel", de hoofdzetel verstond dat niet altijd. Zo bestelde ik ooit eens duizend rollen toiletpapier. De factuur werd doorgestuurd naar de hoofdzetel en ik kreeg prompt een nota van de voorzitter: “Wat ga je daarmee doen, met zo’n hoeveelheid!” Ik was zo boos van dit onbegrip dat ik meteen een nota terugstuurde met deze korte woorden: ”De slaapkamers behangen!”
Vandaag glimlach ik als ik mij terug plaats in de tijd. Het waren mooie dagen.
Ik denk vandaag toch aan een collega-directeur van een andere Floreal die mij gisteren nog vertelde: "Het is een mooie job, maar je hebt geen moment rust, zeven dagen op zeven. Het vergt veel van een mens. Maar als de klant tevreden is, dan zijn wij het ook.”
Vandaag ben ik het nog altijd.





