Maria stond in haar keuken. Haar jas nog aan. Ze kwam net van de bakker. Op tafel lagen de krant, een half brood en een brief van de gemeente.
Zo'n brief laat je meestal liggen. Die vraagt toch altijd iets vervelends.
Maar deze brief vroeg iets anders.
Vrijwilligers gezocht. Mensen met levenservaring. Mensen die kunnen luisteren.
Maria las de zin twee keer. Er ging iets open vanbinnen. Niet groot. Wel warm.
"Dit zou ik wel willen," dacht ze.
En meteen daarna kwam de andere gedachte.
"Wie denk je wel dat je bent?"
Ze schoof de brief onder de krant. Ze trok haar jas uit en ging koffie drinken.
Het duurde drie weken voor ze de brief weer oppakte.
Waarom is dat zo moeilijk?
Misschien herken je dat. Je wil iets graag. En toch doe je niets.
Dat is niet omdat je lui bent. Het is omdat verlangen je kwetsbaar maakt. Als je iets graag wil, kan het ook tegenvallen. Je kan kritiek krijgen. Je kan merken dat het zwaarder is dan gedacht.
Daarom vermommen we angst vaak als gezond verstand.
"Laat maar zitten. Je hebt al genoeg gedaan. Doe nu maar normaal."
Klinkt dat bekend?
Probeer deze week eens dit. Als je automatisch ja, nee of niets zegt: stop even. Vraag jezelf af wat je écht voelt. Is het zin? Of is het gewoonte?
Je hoeft nog niets te veranderen. Alleen al opmerken is een stap vooruit.
De stem die je nooit hebt uitgenodigd
Tegen anderen was Maria mild. Twijfelde een vriendin, dan zei ze: "Rustig maar, je moet niet alles ineens weten."
Tegen zichzelf klonk het anders.
"Niet aanstellen. Anderen kunnen dat beter dan jij."
Als iemand anders zo tegen haar zou praten, zou ze die persoon vriendelijk maar duidelijk de deur wijzen. Toch liet ze die stem al die jaren gewoon meepraten.
Dat kan anders. Niet door jezelf op te hemelen. Wel door eerlijker te zijn tegen jezelf.
Niet: "Ik kan dat niet."
Wel: "Ik heb dit nog niet vaak gedaan."
Niet: "Ik ben mislukt."
Wel: "Dit liep anders dan gehoopt. Ik kan bijsturen."
Dat is geen zelfbedrog. Dat is gewoon eerlijk zijn tegen jezelf.
Wachten op toestemming die niet komt
Maria dacht: "Misschien moeten ze mij eerst vragen. Dan weet ik dat ik welkom ben."
Dat klinkt bescheiden. Maar het is vaak gewoon uitstel.
Veel mensen wachten op toestemming. Van een partner. Van de kinderen. Van iemand die er allang niet meer is.
Maar de vraag is niet:
"Wie geeft mij groen licht?"
De vraag is:
"Waar voel ik weer leven?"
Dat kan klein beginnen. Een cursus volgen. Die kast eindelijk opruimen. Weer beginnen met tekenen, wandelen of helpen. Gewoon omdat het goed voelt, niet omdat het nuttig moet zijn.
Want "nuttig" is soms een excuus. Het klinkt verstandig. Maar het houdt je vooral in de zetel.
Ja zeggen, terwijl je nee bedoelt
Die middag belde Maria's dochter.
"Mama, kan je morgen op de kinderen passen?"
Maria keek naar de brief. Morgen was de kennismakingsavond.
Het oude antwoord stond al klaar:
"Natuurlijk, geen probleem."
Dat zinnetje had haar geliefd gemaakt.
En het had haar moe gemaakt.
Je kan van iemand houden, en toch grenzen stellen.
Bijvoorbeeld zo:
- "Ik wil helpen, maar morgen lukt niet."
- "Ik denk er even over na."
- "Ik ben er graag voor jou, maar niet door mezelf altijd weg te cijferen."
Wie zichzelf jarenlang wegcijfert, wordt op een dag niet meer zorgzaam.
Dan is die persoon vooral moe.
En leeg.
De laatste stem: "Het moet wel goed zijn"
Vlak voor Maria de telefoon pakte, kwam er nog één gedachte.
"Als je dit doet, moet het wel goed zijn."
Dat is perfectionisme.
Het klinkt verstandig.
Het lijkt op zorgvuldigheid.
Maar eigenlijk is het vaak gewoon angst:
- angst voor kritiek;
- angst om op te vallen;
- angst om te falen.
En dat gevoel van "ik ben er helemaal klaar voor" komt bijna nooit.
Eigenlijk nooit.
Wat Maria uiteindelijk deed
Ze belde.
Niet met een zelfverzekerde stem.
Ze had zelfs haar bril nog op haar hoofd terwijl ze ernaar zocht.
"Ik kreeg jullie brief," zei ze.
"Ik weet niet of ik de juiste persoon ben. Maar ik wil graag eens komen luisteren."
"Dat is genoeg om te beginnen," zei de stem aan de andere kant.
Meer was er niet nodig.
Geen bewijs dat ze nooit twijfelde.
Alleen een eerste stap.
Maria is trouwens niet de enige.
Veel mensen beginnen na hun pensioen met vrijwilligerswerk. Ze krijgen weer ruimte voor wat ze belangrijk vinden.
En mensen die vrijwilligerswerk doen, voelen zich vaak gezonder dan mensen die dat niet doen.
Vijf vragen voor aan je eigen keukentafel
Pak straks een blad papier.
Geen mooi schrift.
Hoe mooier het schrift, hoe minder je er rommelig in durft te schrijven.
Schrijf deze vijf vragen op:
- Waar reageer ik automatisch, terwijl ik eigenlijk wil kiezen?
- Welke zin zeg ik te vaak tegen mezelf?
- Waar wacht ik nog op toestemming?
- Bij wie verlies ik mezelf uit gewoonte?
- Welke kleine fout mag ik maken om weer verder te komen?
De antwoorden mogen rommelig zijn.
Dat is meestal het eerlijkst.
Misschien ligt jouw brief al op tafel
Bij jou ligt misschien geen envelop van de gemeente.
Maar wel een kans.
Een gesprek dat je uitstelt.
Een grens die je nog niet trekt.
Je hoeft vandaag niet meteen te springen.
Maar je kan de brief wel weer oppakken.
En jezelf één vraag stellen:
Wat wordt er mogelijk, als je niet langer wacht tot je perfect genoeg bent om te beginnen?
Lees ook: Perfectionisme maakt je minder perfect dan je bent.



