Maar ook deze leuke en verre vakantielanden herbergen enkele geheimen. Van tropisch Afrika en Latijns-Amerika over het oogstrelende zuidelijk Azië tot het snikhete binnenland van Australië: elk van deze plekken heeft zijn mysteries. Laat ons eens een kijkje nemen.
De slachtpartij van Ramree
Tijdens WO II bezette Japan een groot deel van Azië en de eilanden in de Grote Oceaan. Het waren voornamelijk Britse en Amerikaanse soldaten die zich focusten op dat deel van de wereld en in de clinch gingen met de Japanners. Die hielden lang stand, maar toen de oorlog in Europa stilaan ten einde kwam, reisden steeds meer Britten en Amerikanen af naar Azië en kreeg ook de laatste der Asmogendheden het bijzonder lastig.
De geallieerden namen steeds meer land terug. In januari 1945 was Birma, het huidige Myanmar, aan de beurt. Dat gebeurde in wat zou bekendstaan als ‘Operatie Matador’. Het waren de Britten die hier het initiatief namen en op pad gingen in het gezelschap van een regiment Indische soldaten. Die waren beter bekend met de natuur en het klimaat en gingen daardoor voorop. De Japanners vochten terug, maar werden verder en verder weggedreven totdat ze op een bepaald moment tot op het eiland Ramree werden teruggedrongen. Wetende dat de situatie voor hen hopeloos was, vluchtten de Japanse soldaten verder het binnenland van Ramree in. Ze werden hierbij op de hielen gezeten door de Britten en de Indiërs. Op een gegeven moment kwamen de Japanners uit bij een groot moeras dat ze over moesten steken om de oceaan te bereiken. Met tegenzin begonnen ze eraan, maar dan weerklonk opeens ijselijk gegil vanuit het moeras dat tot bij de geallieerden hoorbaar was.
Slachting
Toen de geallieerden bij het moeras aankwamen, zagen ze een tafereel dat uit de hel leek te komen. Het gros van de Japanse soldaten lag levenloos verspreid over het moeras. Sommigen van hen waren in stukken gebeten of misten ledematen.
De daders van deze slachtpartij waren niet ver te zoeken: er zwommen tientallen krokodillen rond in het moeras. Het ging om zoutwaterkrokodillen, de grootste reptielen op aarde met een lengte tot 6 meter en een gewicht dat kan oplopen tot 1.500 kg. Tegen zulke kolossen zijn zelfs de meest geharde soldaten kansloos.
Hoever mogen we dit verhaal geloven? Daarover zijn kenners het vaak oneens met mekaar. Volgens de eerste verslagen gingen meer dan 1000 Japanse soldaten het moeras in en werden er hooguit 20 levend uitgehaald. Later zei men dat de soldaten eerst werden neergeschoten door de Britten en dat de krokodillen pas daarna zich tegoed deden aan de slachtoffers. Nog een ander verslag dat decennia later werd gemaakt, sprak over maximum 10 tot 15 man die waren aangevallen. Niemand die het dus met absolute zekerheid kan zeggen…
Mystieke natuur
Wat je zeker kan terugvinden in de tropische zuidelijke streken, is een prachtige natuur. Allerlei magnifieke dieren en planten gedijen in een (sub)tropisch klimaat om er uit te groeien tot ware iconen. En hoe meer afgelegen, hoe specialer de natuur zich presenteert.
Valdiviaanse regenwoud
In het centrale deel van Chili vind je bijvoorbeeld het prachtig Valdiviaanse regenwoud. Dit stukje natuur is gans anders dan op de rest van het Zuid-Amerikaanse continent om wel één specifieke reden: de lokale fauna die je er tegenkomt is aan de nogal kleine kant.
Zo vind je er de monito del monte, een klein buideldiertje van zo’n 83 tot 130 mm lang en een gewicht tussen de 16 en maximum 42 g. Je vindt er ook een hertensoort genaamd poedoe. Wie aan hert denkt, ziet die robuuste verschijning van pakweg een edelhert voor zich met een schofthoogte zo groot als een mens en een koninklijk gewei op zijn kop. Maar de poedoe wordt maximum 45 cm hoog. Allebei hapjes voor de roofdieren die in het bos rondlopen? Heel misschien, maar ook die zijn niet van dien aard dat je er bang voor moet hebben. Hier lopen geen grote katten rond zoals poema’s of jaguars, noch vind je hier monsterlijke reptielen als de kaaiman of de anaconda. Ook vanuit de lucht valt er niks te vrezen, want de majestueuze harpijarend die normaal gesproken het luchtruim van Zuid-Amerika domineert laat dit stukje regenwoud eveneens links liggen wegens geen of weinig interessante prooien. Eén van de toproofdieren hier is een katachtige die amper even groot is als de huiskat en voornamelijk leeft van knaagdieren en motten.
Carnac
Terwijl afzondering van de buitenwereld op sommige plekken voor erg kleine levensvormen kan zorgen, bestaat het tegenovergestelde zeker ook. Voor de westkust van Australië ligt een eiland genaamd Carnac wat in feite niks anders is dan een groot uitgevallen stuk rots met wat vegetatie op. Hier vind je wel tal van dieren zoals zeeleeuwen en pinguïns. Maar het eiland is bij de bevolking vooral bekend als Slangeneiland omwille van zijn meest gevaarlijke inwoner: de Australische tijgerslang.
Deze soort is uiterst giftig en gebruikt zijn gif om prooien zoals kikkers en knaagdieren te doden. Normaal gesproken worden deze slangen zo’n 100 cm groot, maar die op Carnac kunnen tot wel 210 cm groot worden. Meer dan dubbel zo groot dus! Hoe dit nu komt? Wel, wetenschappers hebben de slangen op Carnac grondig bestudeerd en kwamen tot de conclusie dat dit lag aan hun dieet. De tijgerslangen van het eiland doen zich vaak tegoed aan de kuikens van broedende meeuwen die een pak groter zijn dan de kikkers en muizen waar hun neven op het vasteland op jagen. En grotere prooien betekent dus grotere roofdieren. Volgens de wetenschappers zouden de tijgerslangen van Carnac nog een pak groter kunnen worden, mochten ze ook jacht maken op de kuikens van een andere broedvogel van het eiland: de aalscholver. Die zijn nog groter dan de meeuwen, maar tot dusver wagen de slangen zich daar niet aan.
Sri Lanka
Nog zo’n tot de verbeelding sprekend eiland is Sri Lanka. Dit eiland, dat vroeger bekendstond als Ceylon, ligt ten zuiden van India in de Indische Oceaan en ervan gescheiden door de Golf van Mannar en de Straat Palk. De meer bekende Golf van Bengalen ligt er ten noordoosten van.
Op dit eiland vind je de hand van de mens veelvuldig. Een groot deel van het land wordt gebruikt voor bijvoorbeeld theeplantages en je vindt er ook sporen architectonische meesterwerken als de Leeuwenpoort. Gelukkig heeft men ook oog voor de natuur en vind je er enkele reservaten waar plant en dier floreren.
Sri Lanka is het eiland waar één roofdier zich bijzonder thuis voelt: de luipaard is er de enige grote katachtige en dat is eraan te zien. Nergens anders worden luipaarden zo groot als hier. Dat heeft misschien te maken met het gebrek aan concurrenten. In Afrika krijgen luipaarden te maken met leeuwen en in India met tijgers. Hier zijn er enkel moeraskrokodillen en die liggen altijd op de loer in het water, dus op zich zijn ze geen concurrenten voor de luipaard. Het lijkt er dus op dat door zijn topstatus op Sri Lanka de luipaard zich hier heeft ontwikkeld tot de grootste ondersoort.
Madagaskar
Dan heb je ook nog Madagaskar, een eiland dat ten oosten van Afrika ligt. Het is van het continent gescheiden door de Straat van Mozambique en geldt als het vierde grootste eiland ter wereld. Hier vind je wel een heel unieke fauna en flora wat je wel wat kan vergelijken met Australië. Daar tref je dieren zoals de kangoeroe en de koala aan, op Madagaskar zijn dat andere soorten zoals lemuren. Deze zogenaamde halfapen zijn endemisch voor dit eiland, dat wil zeggen dat ze enkel op Madagaskar voorkomen. De bekendste soort is wellicht de ringstaartmaki, maar er zijn er zoveel meer. Zo heb je ook nog bijvoorbeeld de bijna volledig zwarte of goudkleurige moormaki, de rode vari en het vingerdier dat slechts tot 37 cm groot en maximaal 2,5 kg zwaar kan worden. Ooit leefden er ook maki’s zo groot als een gorilla. Die stierven duizenden jaren geleden uit, maar lokale inwoners beweren dat ze recentelijk zulke grote maki’s nog hoog in de bomen zagen…
Nog andere unieke soorten die je op Madagaskar vindt zijn onder meer de fossa, een katachtige en het grootste roofdier van het eiland, en de tenreks. Deze insecteneters zijn familie van een andere unieke soort op Madagaskar, met name de goudmol. Ook heel wat aparte insecten en het gros van de kameleons vind je op dit eiland. De nationale boom is dan weer de baobab of apenbroodboom. Deze giganten kunnen tot 25 m hoog worden en een stamomtrek tot 34 m hebben. In deze dikke stammen slaan de bomen hun water op tijdens het natte seizoen zodat ze geen dorst hebben tijdens het droge seizoen.
Indonesië
Als je over eilanden spreekt, kan je niet naast Indonesië kijken. De grootste archipel ter wereld telt zo’n 17.000 eilanden. Het ene is al wat groter dan het andere en ook hier vind je tal van unieke wezens. Eén ervan is de komodovaraan die je kan vinden op het eiland Komodo dat bij de bevolking bekend staat als ‘Drakeneiland’. Ooit gezien als behorend tot de fantasie van menig avonturier blijkt deze soort wel degelijk al miljoenen jaren rond te zwerven. Deze grote hagedissen beschikken over een gif dat zijn prooi langzaamaan verzwakt tot die niet meer kan gaan lopen en sneuvelt waarna de dader en diens soortgenoten als ware vreetmachines zich op hun slachtoffer storten.
Op andere eilanden vind je nog andere vreemde dieren. Zo tref je op het eiland Sulawesi de babiroesa of hertenzwijn aan. Deze varkenssoort kenmerkt zich doordat de mannetjes lange hoektanden hebben die zich door de huid heen boren hetgeen een vreemd zicht is. Waarom dat gebeurt, is voorlopig nog niet geweten. Maar voor gevechten zijn de tanden alleszins te broos. Dat ontkracht ook meteen de lokale legende die zegt dat de varkens met hun tanden ’s avonds achter een laaghangende tak haken om zo rustig te kunnen slapen.
Op Sumatra kan je dan weer de Sumatraanse neushoorn vinden. Dit is de kleinste nog levende vertegenwoordiger van zijn soort. Maar dat is niet alles: deze neushoorn is namelijk de laatste nog bestaande wolharige neushoorn. Wie daaraan denkt, denkt meteen aan prehistorische tijden toen de wereld nog werd bevolkt door mammoeten, sabeltandtijgers en onze eigen voorouders: de holbewoners. Maar in tegenstelling tot hen bestaat de wolharige neushoorn wel nog.
Vlak naast Indonesië ligt het eiland Nieuw-Guinea en ook daar tref je een merkwaardig dier aan. Je vindt er namelijk een soort kangoeroe die niet op de grond leeft: de boomkangoeroe. Deze klimmen in een boom door zich vast te grijpen met hun 10 cm lange klauwen aan hun sterke voorpoten. Dan zetten ze zich af met hun achterpoten. Uiteraard zijn ze kleiner dan hun soortgenoten die op de grond leven. Een boomkangoeroe wordt tussen de 50 en 80 cm lang en weegt tot 17 kg. Hun staart wordt tot 40 cm lang.
Grote katten in Australië?
In Australië vindt er vrij recent een merkwaardig fenomeen plaats. Er worden namelijk heel wat dieren zoals schapen en kangoeroes aangetroffen die sporen dragen van een aanval door een groot roofdier. In Australië zijn er dingo’s en zoutwaterkrokodillen, maar die laten andere sporen na. De slachtoffers van deze recente aanvallen vertonen aanvallen van één of andere grote katachtige. Maar die leven normaal gesproken niet op het eiland. Toch is er volgens biologen geen ontkomen aan: de aanvallen werden veroorzaakt door een katachtige. Hoe kan dit dan? Het is een vraag die velen al jaren bezighoudt.
Ontsnapt?
De meest besproken mogelijkheid is dat er ooit grote katten ontsnapt zijn uit een privécollectie of een dierentuin. Dierentuinen uit gans Australië zoals die uit Sydney of Brisbane, ontkennen echter dat er ooit een katachtige uit hun park is ontsnapt en nooit meer werd teruggevonden. Ook uit private kringen is er niemand die zegt ooit een leeuw of tijger te hebben gehad die is weggevlucht. Of ze willen het niet toegeven. In de VS kan je in veel staten makkelijker een grote katachtige dan een hond als huisdier hebben omdat je voor die laatste strengere vergunningen nodig hebt. Maar dat is in Australië niet het geval. Dat sluit natuurlijk niet uit dat sommige mensen er ooit één hebben gehad die eventueel is ontsnapt dus dit valt niet geheel uit te sluiten. Maar er zijn nog mogelijkheden.
Zo zou het ook kunnen dat er ooit grote katten zijn ontsnapt uit een rondreizend circus. Tot ver in de 20ste eeuw waren shows met leeuwentemmers immers erg populair. Het kan dus best zijn dat er ooit circusdieren zijn ontsnapt of losgelaten nadat er wereldwijd protest en in vele landen een verbod kwam tegen optredens met grote dieren.
Dan is er nog een veelal spectaculaire mogelijkheid. In de late 19de eeuw werd er namelijk goud ontdekt in Australië en dat lokte heel wat goudzoekers naar de desbetreffende regio. Toen er daadwerkelijk heel wat goud werd gevonden, wisten de gelukkigen dat er kapers op de kust lagen. En dus zouden ze er bewaking bij hebben gehaald, maar niet zomaar bewaking. Volgens sommige legendes haalden de goudzoekers er grote katten bij die zowel concurrenten als wilde dieren op een afstand moesten houden. En het zijn die grote katten (volgens sommigen panters, volgens anderen tijgers of leeuwinnen) die naderhand in het wild zijn losgelaten en hebben gepaard. Nu zijn het hun nakomelingen die voor terreur zorgen in de Australische wildernis.




