Spookschepen blijven tot de verbeelding spreken.
Eén van de dingen die mensen het meest intrigeren, zijn verhalen van verzonken boten of zogenaamde spookschepen. Dat zijn schepen die vaak stuurloos over de oceaan varen en waar dikwijls iets onverklaarbaars op is gebeurd.
Bij deze gaan we enkele van zulke boten van naderbij bekijken. Wat is er destijds mee gebeurd? Wat maakt hun legende zo sterk? Is het mogelijk dat we in de nabije toekomst een antwoord gaan krijgen op de vraag die mensen al eeuwenlang bezighoudt?
Le Griffon
Het eerste schip dat we onder de loep nemen is Le Griffon. Dit zeilschip werd gebouwd door de Franse ontdekkingsreiziger en pelshandelaar ridder René-Robert Sieur de la Salle in 1679. In een periode waarin Europese grootmachten hun deel van de Nieuwe Wereld inpalmden, wilde de la Salle voor Frankrijk een belangrijke route uitstippelen waarlangs handel kon worden gedreven. Daarnaast hoopte de edelman om ook nog de zogenaamde ‘brede vaarroute’ te vinden waarvan men destijds in Europa dacht dat die dwars door het hoge noorden van de Nieuwe Wereld ging zodat die een poort was om langs daar Azië te bereiken.
Om zijn doel te bereiken moest de la Salle wel een groot obstakel overwinnen, met name de zogenaamde Grote Meren. Die enorme watermassa zijn in feite vijf grote meren die zich op of nabij de grens tussen de VS en Canada bevinden. Het is ook daar waar je de indrukwekkende Niagara-watervallen kan gaan bewonderen. Om deze natuurkracht te overwinnen, liet de la Salle een groot zeilschip bouwen. Hoe groot het precies was, daar variëren de verhalen wat over. Sommigen spreken van 9 meter, anderen van 12 meter. Het was ofwel een tweemaster ofwel een driemaster, maar de zeilen waren wel vierkant. Wat wel vaststaat, is dat het schip zeven kanonnen aan boord had én een griffioen die plechtig op de voorsteven stond te pronken. Het is naar dit beeld dat het schip werd genoemd.
Eerste reis
Op 7 augustus 1679 vertrok Le Griffon voor zijn eerste reis. Aan boord waren uiteraard de la Salle en zijn bemanning, maar ook de Belgische pater Louis Hennepin. Met in totaal 34 man voer Le Griffon trots over de wateren van de Grote Meren. Hiervoor was er nog geen enkel zeilschip daar geweest en had men die regio enkel per kano verkend. Uiteindelijk strandde het schip op een eiland ten noorden van het Michigan Meer waar lokale stammen dierenhuiden hadden verzameld om zo handel met de Fransen te drijven. De la Salle en zijn bemanning ging van boord en verbleef ruim een maand op het eiland. Op 18 september stuurde hij zes bemanningsleden terug het water op, maar op de terugreis verdween het schip met al het bont én de bemanning.
Lot
Wat is nu het tragische lot van Le Griffon? Er bestaan hier verschillende versies van. Volgens pater Hennepin was het schip nauwelijks een mijl van de kust verwijderd toen het uit koers werd geslagen door een hevige storm. Het schip werd heen en weer geslingerd waarna het op een zandbank vastliep en ten onder ging.
De la Salle zei dat de indianen hadden gezien hoe het schip een speelbal werd van de storm. Nochtans hadden zij de bemanning verwittigd dat er een stevige storm op til was, maar de kapitein sloeg die raad in de wind omdat het slechts ‘wilden’ waren. Een kwart mijl van de kust verloren de indianen het schip uit het oog en vermoedden ze dat het te pletter was gevaren nabij het eiland Huronnes waar het wellicht de diepte inging.
Dan is er nog het verhaal van een inheemse jongen die als slaaf werd verkocht aan de la Salle en die tegen zijn meester had gezegd dat hij de kapitein en één van de matrozen had gezien toen die door stamgenoten naar een dorp werden gebracht. Volgens dit verhaal zou de kapitein vrede hebben gesloten met de inwoners daar om de volgende lente met hun hulp de boot met een granaat tot ontploffing te brengen. Vervolgens zou hij samen met de matroos ervandoor zijn gegaan met de gestolen handelswaar. De jongen was hier bij en zag dus blijkbaar met eigen ogen hoe Le Griffon voor altijd onder water ging.
De vraag is nu: waar is Le Griffon precies gezonken en kan het wrak nog worden teruggevonden? Het is een raadsel dat velen bezighoudt, maar waar één Canadees koppel voluit mee aan de slag ging. Steve en Kathie Libert zochten samen meer dan veertig jaar naar het wrak van Le Griffon. Nu heeft het koppel een boek gepubliceerd waarin ze beweren het schip te hebben gevonden. Hierin zeggen ze dat het wrak zich vlakbij één van de eilandjes in het noordoostelijke deel van de Grote Meren bevindt. Op het eiland zelf lagen ook lang stukken wrakhout van een gezonken schip. Begin jaren 2000 werden die nog vastgelegd door een fotograaf, maar een tiental jaar geleden liet de Canadese regering ze weghalen. Er bevinden zich in de nabijheid van het strand wel enkele grotten waarin volgens een legende de overlevende schipbreukelingen gingen schuilen voor de regen. Het zou allemaal best gekund hebben, maar of dit zo werkelijk is gebeurd en of Steve en Kathie Libert echt het wrak van Le Griffon hebben gevonden blijft voorlopig de vraag.
Mary Celeste
Eén van de grootste mysteries van de zee is wellicht het verhaal van de Mary Celeste. Dit zeilschip met twee masten, in scheepstermen een brigantijn, vertrok op 7 november 1872 uit New York met aan boord een lading alcohol. Een zekere kapitein Briggs had het commando en werd vergezeld door zijn vrouw en dochtertje plus zeven bemanningsleden. De bestemming was Genua. Bijna een maand later, op 5 december, werd de Mary Celeste ten westen van Gibraltar gespot door een ander schip en de kapitein zag dat de Mary Celeste in nood verkeerde. Hij stuurde daarom een paar leden van zijn bemanning naar het noodlijdende schip, maar toen die aan boord kwamen, bleek er niemand aanwezig te zijn. De enige sloep was weg, de zeilen waren deels gescheurd. Het bed van de kapitein bleek onbeslapen, op de piano lagen nog een paar muziekbladen terwijl de rest van de partituur op de grond lag. Alles wees op een overhaast vertrek, maar van geweld was nergens een spoor. Muiterij werd dus al snel uitgesloten. Verder was het stuurwiel niet vastgezet en ontbrak er een belangrijk navigatiemiddel. Het logboek van de kapitein was wel nog aanwezig, hetgeen niet logisch was want normaal gesproken neemt een kapitein zijn logboek altijd mee als hij het schip verlaat. Op de achterplecht lag nog een gebroken kompas en er ontbrak één reddingsboot.
In raadsels gehuld
Wat zou er in godsnaam met de kapitein, zijn familie en de bemanning zijn gebeurd? Er zijn in de loop der geschiedenis verschillende theorieën opgedoken, de ene al wat realistischer dan de ander.
Zoals eerder gezegd was er van geweld geen spoor op het schip en dus werd muiterij al snel afgewimpeld. De bemanning bestond uit trouwe, ervaren zeelui die volgens de meesten het nooit in hun hoofd zouden halen om zich tegen hun kapitein te keren. Het is ook compleet onlogisch dat in dat geval de Mary Celeste helemaal verlaten was.
Een aantal mensen dacht dat het schip een prooi was geworden van piraten. In dat geval zouden die de bemanning overboord hebben gegooid en zich op de lading hebben gestort, waarvan zij niet wisten dat het om 1700 vaten alcohol ging wat op zich natuurlijk ook al kostbaar is. Maar velen spreken deze mogelijkheid tegen omdat er al eeuwenlang geen piraten meer waren op dat deel van de oceaan. En ook hier weer dat gebrek aan bewijs van enig geweld.
Het ontbreken van een reddingsboot doet alleszins vermoeden dat de kapitein, zijn familie en de bemanning voor iets op de vlucht zijn geslagen. Kan de lading alcohol er iets mee te maken hebben? Sommige experts vermoeden dat die op de één of andere manier voor giftige dampen heeft gezorgd waar men misselijk van werd waarna de kapitein het bevel heeft gegeven het schip te verlaten. Het is een vrij realistische verklaring die op heel wat bijval kan rekenen. Tegen de tijd dat de matrozen van het andere schip de Mary Celeste betraden waren de giftige dampen al weggetrokken waardoor zij er geen last meer van kregen.
Anderen hebben dan weer een meer fantasierijke reden bedacht voor de vlucht van de bemanning. Sommigen denken aan buitenaardse wezens, terwijl een ander deel vermoedt dat de Mary Celeste werd aangevallen door een reusachtig zeemonster. In dat opzicht wordt de kraken vaak genoemd, een gigantische octopus die sinds mensenheugenis deel uitmaakt van zeevaartlegendes. We weten nu dat er ook een echt dier achter dit verhaal schuilgaat, met name de kolossale inktvis. Deze wezens zijn de grootste ongewervelde dieren ter wereld en kunnen tussen de 12 en 14 meter groot worden. Zij leven echter in de diepste delen van de oceaan en werden nog nooit aan de oppervlakte gezien, laat staan dat er ooit één een schip zou hebben aangevallen. Andere genoemde monsters zijn de reuzenhaai en de pleisiosaurus, twee prehistorische wezens die reeds miljoenen jaren geleden zijn uitgestorven. Desondanks beweerde een Duitse kapitein tijdens WO I dat zijn onderzeeër werd aangevallen door een pleisiosaurus. Het dier vernielde de boot in die mate dat men gedwongen was aan de oppervlakte te blijven dobberen waarna de ganse bemanning door een Amerikaanse vloot werd opgepikt.
Dan zijn er nog een aantal mensen die opperen dat de verklaring niet in of op zee, maar in de lucht moet gezocht worden. Zij wijzen naar een komeet die rond november 1872 op aarde terechtkwam en tijdens zijn vlucht door de dampkring afbrokkelde hetgeen voor verschillende steenregens in Europa zorgde. Kapitein Briggs moet deze regen ook hebben gezien en vermits zijn schip alcohol vervoerde, wilde hij geen risico lopen en beval hij tot het verlaten van het schip. Ze namen plaats in de sloep achter de Mary Celeste, maar door het lot getroffen brak het touw en dreven ze weg van het schip. Wellicht kwamen ze in stormweer terecht en verging de sloep in volle zee.
Tot op vandaag blijft het de vraag wat er met de bemanning van de Mary Celeste is gebeurd. Wellicht zal dit voor altijd een raadsel blijven, maar de legende blijft in onze gedachte voortleven.
Mahoniehouten Schip
Helemaal aan de andere kant van de wereld, in Australië, bestaat er ook een mysterieuze legende over een legendarisch schip. In de 19de eeuw zouden enkele inwoners in het zuidoosten van het land een groot scheepswrak hebben zien liggen op het strand. Van het schip zelf bleef niet veel meer over, maar de ooggetuigen hadden wel gezien dat het uit mahoniehout was gemaakt. Vandaar dan ook de naam voor dit schip: het Mahoniehouten Schip. Wat vooral opzienbarend was, was dat velen dachten dat het om een Portugees schip zou zijn gegaan uit de 16de eeuw.
Dat het om een Portugees of Spaans schip zou gaan, zou de geschiedenis op zijn kop zetten. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Nederlandse schipper Willem Janszoon in 1606 als eerste Europeaan Australië ontdekte. In Europa ging echter ook de ronde dat het Portugese zeevaarders waren die tussen 1521 en 1524 het grote eiland als eersten zagen. Men baseert zich daarvoor onder meer op de zogenaamde Kaarten van Dieppe, een serie wereldkaarten en atlassen geproduceerd in de Franse stad Dieppe in de jaren 1540, 1550 en 1560. Daarop staat een grote landmassa tussen Indonesië en Antarctica die is aangeduid als Java La Grande. Sommige plaatsnamen die daar werden weergegeven dragen Franse en Portugese accenten. Ook de nabijheid van Portugese koloniën in Zuidoost-Azië droegen bij tot die gedachte. Echte bewijzen hiervoor werden echter nooit gevonden. Men schreef de ontdekking van Australië ook toe aan China, Frankrijk, Spanje en zelfs Fenicië maar geen van deze claims kon worden hard gemaakt en dus bleef de geschiedenis bij wat ze was.
Waar is het schip nu?
Is het verhaal van het mahonieschip nu waar of slechts een legende? Sommigen twijfelen erg aan dit verhaal, terwijl anderen het zien als het bewijs van een eeuwenoude Portugese legende die na zo’n lange tijd dan toch bewaarheid wordt. Zij denken dat het schip moet zijn gekomen van de Molukken om op zoek te gaan naar de zogenaamde Eilanden van Goud waarvan men destijds in Europa dacht dat die ergens in de buurt van het huidige Australië moesten liggen.
Volgens de legende zou het schip ergens zijn gestrand in de staat Victoria en ligt het begraven onder het zand in de baai van Armstrong. Harde bewijzen werden daar echter nog niet gevonden. Men denkt wel te weten wie de eventuele reiziger was die hier voet aan wal zette: een Portugese edelman genaamd Cristovao de Mendonça. Was hij, en niet de Britse kapitein James Cook, de eerste Europeaan die Australië op de één of andere manier in kaart bracht? Voorlopig blijft het gissen.
Sobral Santos II
In 1981 voer het passagiersschip Sobral Santos II over de Amazone. Dit gebeurde wekelijks en de eindbestemming was de Braziliaanse stad Manaus. Maar op 19 september gebeurde het meest ondenkbare: het schip was overvol en zonk. Er zouden naar schatting ruim 500 mensen aan boord hebben gezeten, waarvan slechts 178 het overleefden. Het was de kapitein van het schip die dit aantal had geteld.
Amazone Apocalyps
Dat er meer dan 300 mensen het leven lieten bij deze ramp is op zich al catastrofaal. Maar toen een groot aantal lichamen werd geborgen, stootte men op nog gruwelijkere zaken. Het gros van de lichamen telde namelijk heel wat bijtsporen en uit sommigen waren echt stukken gehapt. Het was echt een verschrikkelijk zicht en de overheid probeerde te achterhalen wat er precies was gebeurd.
Nadat heel wat experts zich over deze zaak hadden gebogen, kwam men vrij recent tot de meer dan waarschijnlijke conclusie dat horden roodstaartmeervallen en piranha zich op de weerloze mensen hebben gestort. Die werden in eerste instantie aangetrokken tot het in het water gedumpte afval van een nabijgelegen visverwerkingsbedrijf en stortten zich daarna ook nog op de schipbreukelingen. Wellicht trokken de grote meervallen de slachtoffers onder water waardoor ze verdronken en beten de vissen daarna grote stukken uit de drenkelingen. Dit ongeluk met bijhorende gevolgen werd in gans Brazilië bekend als de Amazone Apocalyps. Het was een gruwelijk einde voor iets wat voor velen niet meer had moeten zijn dan een wekelijks gebeuren.




