Tal van diersoorten zijn in de loop der tijden verdwenen.
In de loop der geschiedenis zijn er al heel wat diersoorten de revue gepasseerd. Van dinosaurussen tot mammoeten en sabeltandtijgers: heel wat dieren lopen hier niet meer rond, maar spreken wel nog tot de verbeelding omdat ze uit een ongrijpbaar voorhistorisch tijdperk komen.
Maar ook in moderne tijden zijn er heel wat soorten verloren gegaan. Het meest bekende voorbeeld is wellicht de buidelwolf of Tasmaanse tijger. Die soort leefde lange tijd in delen van Australië en Tasmanië, maar het laatste exemplaar sneuvelde in de jaren 1930 in een dierentuin. Die beelden komen geregeld terug op televisie en voor sommige mensen bestaat de kans nog dat deze dieren alsnog in het wild ergens verborgen leven. Dat lijkt vergezocht, maar hoeft het niet te zijn.
We spraken al eerder over de Canadese bosbizon waarvan men dacht dat die soort was uitgestorven door jacht, inname van zijn leefgebied en de kruising met de meer bekende steppebizon. Tot men op een gegeven moment nog een handvol zuivere exemplaren vond en de Canadese regering de soort prompt in bescherming nam door ze in een beschermd reservaat in alle rust te laten leven. Een bijna zelfde verhaal voor de Europese bizon of wisent die pas op het laatste nippertje dankzij dierentuinen en privéeigenaars werd gered door een streng kweekprogramma.
Zo zijn er nog voorbeelden van dieren die eerder toevallig werden herontdekt. Wij bespreken er hier enkele van.
Coelacant
Het wellicht bekendste verhaal van een herontdekte diersoort is die van de coelacant. Deze vissoort, die tot 180 cm groot kan worden, werd lange tijd als uitgestorven gecatalogeerd. Dit was een vis die nog leefde ten tijde van de dinosauriërs en had ook een erg prehistorisch uiterlijk. Het leek haast logisch dat dit dier reeds miljoenen jaren geleden was uitgestorven.
Toevallige vangst
Op 23 december 1938 ging een Zuid-Afrikaanse visser met zijn boot te water in de hoop op een rijke vangst. De man hoopte wellicht om een lekker kerstmaaltje boven te halen, maar toen zag hij dat er een vreemd uitziende vis aan zijn hengel hing. De visser kende elke vis uit de rivier, maar deze had hij nog nooit gezien. En dus ging hij met het dier naar het East London Museum in de stad Oos-Londen, niet zo heel ver van de bekende havenstad Port Elizabeth. Daar bestudeerde medewerkster Marjorie Courtenay-Latimer de vis, maar herkende hem ook niet direct. Zij vermoedde echter dat het om een coelacant ging en vroeg specialist James Leonard Brierley Smith om bevestiging. Die schrok zich een hoedje toen hij het naar hem opgestuurde specimen voor zich zag. Dit was zonder enige twijfel een recent gevangen coelacant. Met andere woorden: deze vissoort bleek alsnog te bestaan.
Levend fossiel
Tegenwoordig zijn er twee ondersoorten van de coelacant bekend. Eén ervan leeft in de westelijke Indische Oceaan langs de Afrikaanse kusten op zo’n 150 tot 700 meter diepte en wordt de gewone coelacant genoemd. Deze wordt zo’n 150 tot 180 cm lang en heeft een gewicht tussen de 65 en 98 kg. Dan is er ook nog de Indonesische coelacant die ongeveer even groot wordt. Die werd pas zestig jaar later ontdekt op een markt op het eiland Sulawesi waar hij werd gefotografeerd. Een deskundige merkte hem op het internet op, maar toen was de vis uiteraard al lang geconsumeerd. Daarna werd alles in het werk gezet om een ander exemplaar te vangen, wat uiteindelijk een jaar later lukte. Deze soort komt voor in het westelijke deel van de Grote Oceaan in de Zee van Celebes.
Wat opvalt is dat deze twee nog levende soorten praktisch niet verschillen van hun primitieve soortgenoten. In gans de evolutie is er dus amper of geen verandering te zien en dat is toch wel opvallend, maar het is zeker geen uitzondering. Denk maar aan de steur, de brughagedis of de degenkrab. Maar ook in de plantenwereld komen zulke voorbeelden veelvuldig voor. Zo zijn boomvarens, apenbomen en mammoetbomen of sequoia nog geen haar veranderd tegenover honderden miljoenen jaren geleden. Experts noemen zulke soorten een relict. In de volksmond worden dit levende fossielen genoemd.
Toch betekent dit niet dat de coelacant ook effectief nog miljoenen jaren gaat meegaan. Hun voortplanting verloopt erg traag en dat is dan ook de reden waarom wetenschappers hen alsnog als bedreigd classificeren.
Filipijnse krokodil
Net als de coelacant werd ook de Filipijnse krokodil als volledig uitgestorven beschouwd. Sinds 1982 stond deze soort gelabeld als ‘bedreigd’ en in 1994 veranderde dat zelfs in ‘ernstig bedreigd’. Toen men op een gegeven moment geen dieren meer zag, ging men ervan uit dat ze waren verdwenen. Tot in 1999 geheel onverwacht toch nog een populatie werd gevonden.
De herontdekking zorgde ervoor dat de inwoners het dier beter zijn gaan bestuderen. De Filipijnse krokodil komt nog op slechts drie eilanden voor en de meeste habitat is verloren gegaan aan landbouw. De soort leeft in moerassen, veengebieden, vennen, meren en rivieren. Je vindt ze enkel in zoet water, terwijl brak water meestal wordt vermeden. Sommigen leven tot op een hoogte van zo’n 850 meter boven zeeniveau. Ze worden tot drie meter groot en hebben in vergelijking met andere soorten uit hun omgeving een dikkere bepantsering.
Bescherming
De Filipijnse krokodil is samen met de Chinese alligator de meest bedreigde van alle krokodillen. Het aantal in het wild voorkomende exemplaren wordt op zo’n 200 geschat. Zoals gezegd is landbouw een grote boosdoener in dit verhaal, maar ook de jacht speelt er een rol in. Het vlees en de mooie gepantserde huid van krokodillen zijn erg in trek. Denk maar aan schoenen en handtassen van krokodillenleer. Tegenwoordig is de Filipijnse krokodil zo zeldzaam dat men er niet meer op jaagt. Jammer genoeg geldt dat niet voor andere soorten in die regio. Uiteindelijk is er nog één factor die in de bedreiging meespeelt. Filipijnse krokodillen vallen doorgaans zelden mensen aan omdat ze in vrij afgelegen gebieden wonen, maar dat geldt echter niet voor zijn neef de zoutwaterkrokodil. Die heeft de kwalijke reputatie van menseneter opgebouwd waardoor sommigen alle krokodillen over dezelfde kam scheren en ze om die reden opjagen.
Ondanks zijn officiële status van bedreigde diersoort, wordt de Filipijnse krokodil in slechts één gebied van zijn thuisland beschermd. Hier leeft hij in een reservaat waar ook het spookdiertje nauwlettend in bescherming wordt genomen. Men is ook bezig met een kweekprogramma. De Filipijnse krokodil is een soort die je niet vaak in dierentuinen ziet. In Keulen en Zürich vind je ze en ook bij ons in Pakawi Park kan je er eentje gaan bekijken.
Galapagos Fernandina schildpad
Dat de herontdekking van een soort voor heel wat emoties zorgt, bleek uit een tv-documentaire uit 2019 toen biologen op het eiland Fernandina, dat tot de Galapagoseilanden behoort, op zoek gingen naar een uitgestorven gewaande soort waarvan ooit slechts één exemplaar van werd gevonden. Dat was in 1906 en omwille van de kenmerkende zadel op het schild van dit mannetje werd deze soort letterlijk vertaald ‘fantastische reuzenschildpad’ genoemd. Jammer genoeg werd deze schildpad door de toenmalige expeditieleden gedood waarna ze zijn schild meenamen naar een museum waar het tot ieders verbeelding sprak.
Tussen 1964 en 2013 vond men echter heel wat sporen die duidden op de aanwezigheid van een schildpad op het eiland zoals uitwerpselen en bijtsporen in lage planten. Ook waren er mensen die meenden een schildpad te hebben gezien, maar dit werd niet goed gedocumenteerd. Toch was dit voldoende voor een team biologen en parkwachters om in 2019 naar het eiland af te reizen en naar een mogelijk aanwezige Fernandina schildpad op zoek te gaan.
Complete verrassing
Toen het team op pad ging, werd het vergezeld door de Amerikaanse bioloog Forrest Galante. In zijn zog volgde een ganse filmploeg, want Galante was op dat moment bezig aan een aflevering van een tv-show waarin hij op zoek ging naar uitgestorven gewaande dieren. De Fernandina schildpad stond ook op dat lijstje en dus was dit een mooie gelegenheid.
Aanvankelijk vond het team nog wat sporen van een schildpad, meer niet. Maar toen een parkwachter hen bij zich riep en wees naar wat hij zag, barstte men uit in vreugde. Een schildpad ging op zijn dooie gemakje in de richting van wat hoog gras. De biologen renden erop af en namen het dier mee. Onder meer Galante ging ermee op de foto. De schildpad bleek een vrouwtje te zijn die Fernanda werd genoemd. Na grondig onderzoek bleek dat ze inderdaad tot de uitgestorven gewaande groep van Fernandina schildpadden behoorde. Ze miste dan wel het kenmerkende zadel dat de vorige schildpad zo mooi maakte, maar dat was geen enkel probleem. Het is nu hopen dat er nog mannelijke schildpadden zijn zodat deze soort met mekaar kan kweken. Ondertussen werden op de Galapagoseilanden nog een onbekende schildpadsoort en een zeldzame witte pinguïn gevonden.




