Als er één onderwerp is dat al zo lang meegaat als mensenheugenis, dan is het wel de liefde. Goddelijke liefde, lichamelijke liefde: het zijn allemaal zaken die dagelijks over miljoenen tongen gaan over gans de wereld.
Vaak komen ook dezelfde figuren terug als het over dit onderwerp gaat. Denken we maar aan 14 februari ofwel Valentijnsdag, wanneer we onze geliefden in de bloemetjes zetten. Maar waar vinden deze figuren hun oorsprong? Hebben zij echt bestaan of behoren zij tot de mythologie en literatuur? Laat ons eens een kijkje nemen naar een aantal van deze zogenaamde ‘liefdesfiguren’.
Cupido
Eén van de meest bekende figuren wat betreft de liefde, is waarschijnlijk Cupido. Dit schattig kereltje met vleugeltjes is steevast op pad met pijl en boog in de hoop om mensen met zijn liefdespijl te raken met de bedoeling dat ze verliefd op mekaar worden.
Cupido komt uit de Romeinse mythologie. Hij stond er ook wel bekend als Amor en was uiteraard de god van de liefde. Eigenlijk stamde Cupido uit de Griekse mythologie waar hij bekend stond als Eros. Hij zou de zoon zijn geweest van Aphrodite, bij de Romeinen bekend als Venus: de oppergodin. Zijn vader was in sommige legenden Vulcanus en volgens andere verhalen Mars.
In de mythologie is Cupido echter niet altijd dat blije personage. Zo zou hij over twee soorten pijlen beschikken: die met scherpe gouden punten dienen om mensen verliefd te laten worden, maar hij heeft er ook met stompe loden punten en die schiet hij af zodat mensen mekaar zouden haten. Hij staat in de godenwereld ook bekend als iemand die nogal wrede grappen durft uithalen. Onder meer daarvoor dienen die pijlen met loden punten. Hij is dus geenszins een Vrolijke Frans.
Cupido en de liefde
Nu vraagt iedereen zich af: wat met het liefdesleven van Cupido zelf? Had de God van de Liefde zelf ook een liefje? Wel, het antwoord is: ja. Maar zoals zoveel van die verhalen leest ook dit als een ware Griekse tragedie.

De eega van Cupido was de bloedmooie koningsdochter Psyche. Die was zo mooi dat geen man met haar durfde trouwen.
Dat maakte Psyche erg ongelukkig, zeker nadat haar twee zussen wel huwden. Ze zei luidop dat ze niet meer mooi wilde zijn, want dat zou de enige manier zijn om toch nog aan een man te geraken. Haar ouders waren ongerust en gingen ten rade bij het orakel van Apollo die zei dat hun mooiste dochter bestemd was ‘voor een onsterfelijke minnaar die op de top van een berg woonde. Hij zou haar alles geven, maar zelf was hij wel een monster.’
Het volk bracht Psyche naar de voet van de berg waar ze in slaap viel. Toen ze ontwaakte, bevond Psyche zich in een bos vol mooie hoge bomen. Ze wandelde door het bos tot ze bij een prachtige fontein uitkwam waarachter zich het kasteel van haar minnaar bevond. Dat zou zo mooi zijn geweest dat het onmogelijk door mensenhanden kon zijn gemaakt.
Eenmaal binnen geraakte Psyche nog meer overdonderd. Het paleis had gouden pilaren die een dak van ivoor en cederhout ondersteunden en de muren stonden vol met de meest oogverblindend mooie schilderingen. Vreemd genoeg was er niemand te zien, maar opeens zei een stem tegen Psyche dat heel het paleis voor haar was en dat de stemmen die ze hoorde haar dienaren zijn. De koningsdochter werd eerst naar een verfrissend bad geleid om daarna aan een tafel vol lekker eten en de verrukkelijkste wijnen te gaan plaatsnemen. Tijdens het eten weerklonk hemelse muziek. Eén ding viel Psyche echter op: de haar toegewezen man was nergens te zien. Die kwam pas ’s avonds naast haar in bed liggen, toen het al donker was. En hij was weer weg voordat het terug licht werd.
Op zich vertoefde Psyche in een luxeleventje. Maar ondanks al die schittering viel het haar zwaar dat ze haar echtgenoot nooit te zien kreeg. En dus vroeg ze hem op een keer of ze hem toch niet even mocht zien. Die vraag viel niet in goede aarde, want haar mysterieuze man voelde dat aan als twijfel over zijn liefde. Toch kon Psyche zich niet bedwingen en op een nacht pakte ze de kaars die op het tafeltje naast haar bed stond om naar haar geliefde te kijken. Pas toen zag ze dat het Eros ofwel Cupido was. In plaats van met een monster was ze samen met de mooiste van alle goden. Maar toen werd Cupido wakker en ontstak hij in woede. Hij zei dat liefde niet kon groeien waar achterdocht heerst en vloog weg.
Overmand door verdriet viel Psyche terug in slaap en toen ze wakker werd bevond ze zich weer op de begane grond. Ze vertelde haar zussen het verhaal waarna die hun kans wilden wagen bij Cupido, maar in plaats daarvan stortten zij van de berg. Psyche ging ondertussen oppergodin Aphrodite, de moeder van Cupido, om raad vragen. Om de liefde van Psyche voor haar zoon te testen liet Aphrodite haar vier zware tests ondergaan, maar stiekem hielp Cupido haar en zo vervulde ze haar taken met glans. Ondertussen vertelde Cupido over zijn liefde voor Psyche aan de machtige Zeus. Die overlegde hierover met Aphrodite en beide oppergoden keurden de relatie terug goed. Psyche kreeg een beker met ambrozijn te drinken die haar onsterfelijk zou maken en werd daarna terug overgevlogen naar het paleis van haar geliefde waar beiden voor eeuwig gelukkig zouden zijn en een kind kregen.
Sint-Valentijn
Nog een belangrijke figuur uit de geschiedenis die aan de liefde wordt gelinkt is uiteraard Sint-Valentijn. Het is op zijn dag dat we ook de Dag van de Liefde vieren, met name 14 februari. Dan zetten we onze geliefde extra in de bloemen. Maar wie was Sint-Valentijn in werkelijkheid?
Wel, niemand die het met honderd procent zekerheid kan zeggen. Officieel komen er vier personen in aanmerking: een Romeinse priester genaamd Valentinus die omkwam tijdens de vervolging van christenen onder keizer Claudius II, bisschop Valentinus van Terni die eveneens de martelaarsdood vond tijdens deze christenvervolgingen en mogelijk dezelfde persoon was als de gelijknamige priester uit Rome, de 5de -eeuwse rondtrekkende missionaris Valentinus van Rhetië die vooral vereerd wordt in Duitstalige landen en Valentinus van Tongeren die in de 4de eeuw hier in deze omstreken bisschop was.
Legende
De legende over Sint-Valentijn bestaat uit twee delen. Het eerste deel zegt dat Valentijn ooit het bezoek kreeg van een heidense soldaat en zijn christelijke geliefde die kwamen vragen of hij hen wilde trouwen. Huwen met een christen werd destijds streng verboden door keizer Claudius, maar Valentijn deed het toch. Hij vond dat de liefde zwaarder doorwoog dan de wet. Dit kwam nog andere gemengde koppels ter ore en ook zij kwamen naar Valentijn met de vraag of hij hen wilde huwen. Jammer genoeg kwamen ook de foute personen dit te weten en zij gingen Valentijn verraden bij de keizer. Die liet de religieuze arresteren en voorbrengen, waar Valentijn hem trachtte te bekeren tot het christendom. Dat viel helaas in het verkeerde keelgat bij Claudius die het bevel gaf om Valentijn te martelen en daarna te onthoofden. Het is tijdens die gevangenschap dat het tweede deel van de legende zich afspeelt.
Terwijl hij in de gevangenis zit, krijgt Valentijn het bezoek van een Romeinse cipier. Die vraagt hem of hij zijn blinde dochter niet kan genezen. Valentijn geeft de man een medicijn mee, maar dat werkt niet. Op de dag van de onthoofding, 14 februari, probeerde de cipier de terechtstelling nog tegen te houden. Dat was echter tevergeefs. Na de terechtstelling ontving het meisje echter een klein briefje van Valentijn waaruit er een gele bloem viel. Als iemand hem om raad vroeg, gaf Valentijn die persoon telkens een bloem. Vandaar dat we vandaag de dag onze geliefden nog steeds met een bos bloemen verrassen op Valentijnsdag. Op het briefje stond ‘van Valentinus’ waarna het meisje prompt weer kon zien. Haar vader bekeerde zich hierop direct tot het christendom.
Giacomo Casanova
In de loop der geschiedenis zijn er ook een aantal figuren geweest die het begrip liefde niet al te nauw hebben genomen en zich een etiket van vrouwenversierder hebben opgeplakt. De meest bekende van allemaal is wellicht Giacomo Casanova. De naam Casanova is bij ons een begrip geworden voor iemand die geobsedeerd is door vrouwelijk schoon en daarvoor zijn sterkste strategieën van verleiding bovenhaalt.
Waar weinigen bij stilstaan, is dat Casanova wel degelijk een echt persoon is geweest. En als je een kijkje neemt naar zijn leven, dan zal je merken dat hij veel meer was dan gewoonweg een ordinaire vrouwenverleider.
Van student priester tot avonturier en occultist
Casanova werd geboren in Venetië als zoon van een actrice en een violist. Van jongs af begaf hij zich in hogere kringen, wat sommigen doet denken dat zijn vader in werkelijkheid iemand anders was. Volgens sommigen zou het om een senator gaan die afstamde van een voornaam geslacht. Zijn beide broers waren schilders, maar hijzelf wilde priester worden. Door ongewenst gedrag werd hij echter uit het seminarie verwijderd en daardoor ging hij naar Rome om er secretaris van een kardinaal te worden. Na een reeks nieuwe schandalen trok Casanova zich terug in zijn geboortestad waar hij aan de slag ging als violist. Hij bedroog er echter vooral prominente personen met occulte trucs.
Na zijn verblijf in Venetië besloot Casanova om de wereld rond te trekken. Van Spanje over Frankrijk naar Londen tot Zwitserland en Pruisen. Hij vergaarde er fortuinen, maar verspeelde die ook. Daarnaast ontmoette hij heel wat beroemde figuren zoals de Franse schrijvers Voltaire en Rousseau en ook de Oostenrijkse componist Wolfgang Amadeus Mozart. Van nog een andere machtige vriend, paus Clemens XIII, verwierf hij een plekje als ridder in de Orde van de Gulden Spoor. Vandaag is dat nog steeds een pauselijke ridderorde. Vanaf dan noemde Casanova zich ook vaak ‘ridder’ en wilde hij ook zo aangesproken worden.
Zoals eerder gezegd werd Casanova echter ook aangetrokken door het occulte. Hij was, net als andere beroemdheden uit die tijd, lid van de Vrijmetselaars. Dat waren bijvoorbeeld ook Mozart en Georges Washington. Daarnaast was hij ook lid van de Rozenkruisers. Hij maakte gebruik van deze organisaties om voornamelijk contacten te leggen. Zijn lidmaatschap van deze organisaties maakten hem niet populair bij de Venetiaanse staatsinquisiteurs die hem uiteindelijk oppakten en in de legendarische Piombi gevangenis, die deel uitmaakt van het Dogepaleis, zetten. Casanova was dus één van die personen die over de voor toeristen beroemde Brug der Zuchten is gegaan. Na 15 maanden wist hij samen met een monnik te ontsnappen en is hij naar Frankrijk getrokken.
In Parijs begon Casanova samen met een paar anderen een koninklijke staatsloterij. Hiervoor gebruikte hij zijn begaafdheid als wiskundige. Het succes van dit concept was groot. Casanova verdiende andermaal een fortuin en publiceerde ook enkele boeken over wiskunde. Hij had dus een goed inzicht in kansberekening en dat gebruikte hij niet alleen om de loterij mee op te starten, maar ook aan goktafels over gans Europa waar hij ook nog een pak geld mee verdiende. Zijn succes duurde echter niet lang en zodoende begon hij weer door het continent te zwerven. In 1785 moest hij het reizen uiteindelijk opgeven en straatarm nam hij een job aan als bibliothecaris van de hertog van Waldstein in het kasteel Dux in Bohemen, vandaag gelegen in een stad in Tsjechië. Hier schreef hij zijn memoires en sleet hij de rest van zijn dagen.
Don Juan
Nog zo’n befaamd vrouwenversierder zou een zekere Don Juan zijn. Hij duikt voor het eerst op in een boek uit 1620. Het is dus niet zeker of het hier om slechts een fictief persoon gaat of dat deze Don echt bestaan heeft. Zijn versiertrucs zou hij geleerd hebben van zijn oom.
Rond de figuur van Don Juan zijn er heel wat toneelstukken en opera’s geschreven. En niet van de minsten: de Franse toneelschrijver Molière schreef een stuk genaamd Don Juan, de Oostenrijkse componist Mozart schreef een opera genaamd Don Giovanni en de Duitse componist en dirigent Richard Strauss schreef er een symfonisch gedicht over.
In het dagelijks taalgebruik staat het spreekwoord ‘een Don Juan zijn’ synoniem voor een verleider of een erg charmant persoon.




