Het oude Rome is de bron van heel wat mysteries.
Doorheen onze geschiedenis hebben we heel wat machtige rijken gekend. Van het Oude Egypte tot het Heilige Roomse Rijk en van Perzië tot het Oude Griekenland. Maar het meest tot de verbeelding sprekend is wellicht het Romeinse Rijk. Vanaf de zesde eeuw voor Christus begon dit rijk zich vanaf het Italisch schiereiland uit te breiden en pakte het bijna gans West-Europa en delen van Noord-Afrika in.
In de eeuwen dat ze de geschiedenis beheersten werden de Romeinen vooral bekend door hun militaire orde en slagkracht. Dankzij hun leger slaagden ze erin om heel wat legendarische oorlogen te winnen: van de Punische Oorlogen tegen onder meer Hannibal tot de Gallische Oorlogen waarin Caesar de bovenhand nam. Maar evenzeer kende het Romeinse Rijk heel wat interne strubbelingen zoals burgeroorlogen en de moord op Julius Caesar, wellicht de meest beruchte moord aller tijden. Maar tijdens hun bewind kregen de Romeinen ook met een aantal zeer geheimzinnige zaken te maken. Laten we daarop verder ingaan.
Legio IX Hispania
Eén van de meest mysterieuze voorvallen deed zich voor met het legio IX Hispania. Dit legioen stond destijds bekend als het Negende legioen van Caesar en stond zijn generaal bij in onder meer de oorlog tegen Pompeius en de strijd met de Belgae.
Na Caesar bleef het legioen bekend als IX Hispania omdat ze destijds mee de veldslag van Caesar tegen Pompeius beslisten in Spanje. Ze werden wel overgeplaatst naar andere gebieden zoals Afrika en Macedonia. In 43 na Christus nemen ze ook nog deel aan de verovering van Brittannië waar ze zware verliezen lijden onder de opstand van Boudicca. Later worden ze nog overgeplaatst naar het huidige York, Nijmegen en nog een andere provincie. Het komt echter niet meer voor op de lijst der legioenen van Marcus Aurelius die vanaf 139 mee Rome regeerde.
Verdwenen Legioen
Het plotse verdwijnen van dit negende legioen deed de wenkbrauwen fronsen. Wat is er in godsnaam mee gebeurd? Romeinse historici zeggen er alleszins niks over. De laatste vermelding vinden we terug in de jaren 107 en 108. Daarna verdwijnt het spoorloos uit de geschiedenis.
De verdwijning heeft voor heel wat verhalen en legendes gezorgd. Moderne versies zeggen dat het legioen werd uitgeroeid door de Picten in Schotland in het jaar 117. Van deze versie werd dan ook een boek geschreven dat later nog werd verfilmd. Of dit ook werkelijk zo gebeurd is, is voor velen twijfelachtig. Historici denken vandaag dat het legioen in de Tweede Joodse Opstand werd verwoest. Die vond plaats van 132 tot 136 na Christus en werd geleid door verzetsleider Simon bar Kochba naar wie deze opstand ook wel wordt genoemd. Anderen denken dan weer dat het Negende ten onder ging in het jaar 161 tegen de eeuwige rivaal van Rome: de Parthen, die leefden in het huidige Iran. Wat er ook gebeurd is, het Negende kreeg de gepaste bijnaam ‘Het Verdwenen Legioen’.
Uitbarsting Vesuvius
In het jaar 79 vond er een grote ramp plaats in het Romeinse Rijk die we tot op de dag van vandaag nog kennen: de uitbarsting van de Vesuvius die gans Pompeï in een mix van stof en lava verzwolg. Nu vinden er opgravingen plaats in de oude stad Pompeï waar er nog goed bewaarde lichamen en soms nog bijna hele gebouwen worden gevonden.
Waar er echter veel minder sprake van is, is dat er ook nog een zusterstad van Pompeï werd getroffen door deze natuurramp. Deze stad heette Herculaneum en werd genoemd naar de Griekse held Herakles of Hercules die aan het hoofd van een groot leger door gans Europa trok. Tijdens deze tocht zouden Hercules en de zijnen alle tirannen en slechte heersers hebben verdreven en vervangen door wettige koningen. Na Spanje kwam Italië aan de beurt en toen hij daar ook klaar was, wilde Hercules naar Sicilië varen. Maar voordat hij dat deed, besloot hij nog een kleine stad te stichten waar zijn boot voor anker lag en noemde die naar zichzelf.
Grote ramp
Waar Hercules jammer genoeg geen rekening mee heeft gehouden, is dat zijn stad vlakbij de vulkaan ligt die voor één van de grootste rampen uit de Oudheid zorgt. De uitbarsting van de Vesuvius veegt Pompeï grotendeels van de kaart, maar Herculaneum wordt zowat helemaal bedolven. Eerst leek de stad gespaard te zullen worden, maar een stroom van neervallende zwavel dacht daar dus anders over. Nadien werd de stad nog bedekt door een dikke laag modder en lava.
Bijna twee millennia later wordt Herculaneum terug van onder het puin gehaald. Het bleek dat het vooral een stad van de rijken was. Zo werd er een grote villa gevonden waarin zich een bibliotheek bevond vol met papyrusrollen. Deze villa behoorde toe aan de schoonvader van Julius Caesar. Net als in Pompeï vond men ook honderden skeletten die zich hadden verschuild onder bogen. Die bogen bevonden zich vlakbij boothuizen en dus ging het wellicht om mensen die niet op tijd de stad wisten te ontvluchten, want de meesten slaagden hier blijkbaar wel in. De gelukkigen zouden wellicht naar Napels zijn gevlucht. Vandaag blijkt Herculaneum de best bewaarde Romeinse stad uit de geschiedenis.
Dieren in het Romeinse Rijk
We weten dat de Romeinen in een klassenmaatschappij leefden: de politieke klasse met voorop de keizer of daarvoor de consul was de hoogste klasse gevolgd door de edelen en dan de gewone burgers. Slaven werden aanzien als werktuig. Maar hoe zat het met de dieren? Wel, ook daar leek men geneigd om in klassen te denken.
Zoals geweten gaat de legende van Rome terug tot Romulus en Remus die door een wolvin werden grootgebracht. Daarnaast waren er ook belangrijke dieren zoals paarden, die zowel als rijdier of als trekdier werden gebruikt, wat ook het geval was voor olifanten die men uit Afrika naar Rome haalde. Katten werden gezelschapsdieren terwijl de Romeinen van honden waakhonden maakten. Uiteraard was er ook vee zoals geiten en schapen die werden gehoed.
Heel anders was het voor wilde en exotische dieren. Beren, wolven, leeuwen, tijgers en zelfs apen werden uit de verste streken van het rijk gehaald. Niet om te kunnen bewonderen in een zoo, dat bestond in Rome niet, maar wel voor een ander soort vermaak: zij moesten strijd leveren in de arena tegen mekaar of stonden oog in oog met speciaal opgeleide gladiatoren. Daarnaast werden vooral leeuwen ook nog eens opgevoerd voor executies van bepaalde martelaren. Vandaar dan ook het gezegde ‘voor de leeuwen gegooid worden.’ Veel mensen vragen zich af hoe het komt dat wilde dieren destijds zo woest voor de dag kwamen in Rome terwijl als je ze vandaag in de dierentuin bezoekt ze daar heel vaak rustig liggen rond te kijken? Dat heeft met de omstandigheden te maken en eigenlijk is het zelfs in een bepaald opzicht appels met peren vergelijken. In het Oude Rome werden roofdieren vaak uitgehongerd en gejend zodat ze erg hongerig de arena zouden betreden en het eerste het beste wat ze als prooi aanzagen, gladiator of gevangene, aanvallen. Andere dieren zoals stieren en neushoorns werden zenuwachtig gemaakt en de arena ingejaagd zodat ze meteen door het dolle heen zouden komen aanstormen. Spektakel stond hier op de eerste plaats, terwijl vandaag in dierentuinen men vooral de nadruk wil leggen op natuurbehoud en het dier op de eerste plaats zet. Vandaar dat je nu bijvoorbeeld leeuwen en tijgers lekker lui in het zonnetje ziet liggen. Uiteraard zie je geen verzorgers in het verblijf terwijl de dieren er ook in zitten, want dan zou je alsnog het instinct van sommigen kunnen aanwakkeren zodat ze toch zouden aanvallen omdat het nu eenmaal roofdieren zijn of om hun familie en gebied te beschermen tegen ‘indringers’.
Interessante vermeldingen
Sommige machtige Romeinen kregen wel eens een munt met hun afbeelding op als eerbetoon. In sommige gevallen stond daar een dier op zoals hierboven een kraanvogel en een olifant. Dit was een munt met de afbeelding van een gouverneur in de provincie Afrika.
Zoals eerder gezegd hadden de rijken net als wij huisdieren. Katten, waakhonden en ook wel vissen. Geen goudvissen zoals nu, maar wel murenes. De vraag is: waarom net dat soort vissen? Niet voor hun schoonheid wellicht. Misschien zien we het antwoord bij een rijke aristocraat genaamd Publius Vedius Pollio, een goede vriend van keizer Augustus. Tijdens zijn carrière toonde Pollio zich een verdienstelijk man. Zo was hij proconsul en werd hij door zijn vriend Augustus ook nog benoemd tot gouverneur van de provincie Asia, het westelijke deel van het huidige Turkije samen met een aantal daarnaast gelegen eilanden. Hij zou ook een uitstekend gastheer zijn geweest.
Zo vriendelijk en vrijgevig Pollio was naar zijn vrienden toe, zo genadeloos zou hij naar zijn slaven toe zijn geweest. De legende wil dat Pollio over een reservoir vol murenes beschikte. Anderen spreken dan weer van lampreien. Telkens een slaaf iets deed wat hem niet aanstond, gaf Pollio het bevel om hem voor de murenes te gooien. Die verslonden de ongelukkige voor de ogen van de op dat moment grijnzende aristocraat. Zo wil één verhaal dat een slaaf tijdens een bezoek van keizer Augustus per ongeluk een kristallen beker liet vallen tot grote woede van zijn meester. Augustus was op de hoogte van de wreedheid die de slaaf te wachten stond toen die hem smeekte om te hulp te komen. Sluw als hij was, gooide de keizer zelf ook ‘per ongeluk’ eenzelfde kristallen beker tegen de grond en begon zich uitgebreid te excuseren. Daardoor zat Pollio in een vervelende situatie, want hij kon het niet maken om de slaaf te executeren voor iets wat de keizer ook had gedaan. Hij besloot dan maar om beide incidenten door de vingers te zien. Daarna gaan er verschillende versies van dit verhaal de ronde. Eén ervan zegt dat de keizer de slaaf overkocht van Pollio om hem zo van een gewisse dood te redden en hem vervolgens vrijliet, terwijl volgens een andere versie Pollio de slaaf in dienst houdt waarop Augustus eiste dat hij door enkel die man wilde bediend worden tijdens komende bezoeken. In een derde versie van dit verhaal liet niet enkel Augustus zijn beker op de grond vallen, maar deden ook de andere hoge gasten dit om zo de slaaf te redden van een gruwelijk lot.
En dan nog een leuk weetje. Wij zien konijnen vaak als eigen aan ons land, maar in feite komen de diertjes oorspronkelijk van het Iberisch Schiereiland. Toen de Feniciërs in de 11de eeuw voor Christus voor het eerst voet zetten op Europese bodem, deden ze dat in die regio en troffen ze daar massa’s konijnen aan die ze aanzagen als de voor hen bekende klipdassen. Zij noemden de streek dan ook ‘i-saphan-im’ ofwel het land der klipdassen. Toen de Romeinen daar zoveel eeuwen later arriveerden, veranderden zij dat in Hispania en namen ze enkele konijnen mee naar onze gewesten en andere delen van hun rijk. Het zijn dus de Romeinen die ervoor gezorgd hebben dat het konijn nu in bijna alle delen van de wereld zijn gang gaat.




