Dat klinkt ons als muziek in de oren. En dat wensen we ook.
De toekomst mag dan al technologische wonderen voor ons in petto hebben, de vraag blijft hoe de mensheid ermee zal omgaan. Zullen we er met zijn allen ook beter van worden? Zullen we gelukkiger leven in evenwicht en tevredenheid met onszelf? Zullen we erin slagen in vrede te leven met al onze medemensen? Of blijft dat gewoon fictie?
Feit is dat mensen ook over honderd jaar nog steeds maar mensen zullen zijn, dus wezens met vele kwaliteiten, maar ook met vele gebreken, net als de mensen van vandaag en die van gisteren. Zij zullen vergissingen en dwaasheden begaan. Ze zullen psychische en fysische stoornissen vertonen, en misschien ook neigen naar het negatieve. Met andere woorden volmaakte wezens zullen het niet zijn. De kans dat onze samenleving dan een betere verstandhouding zal kennen is heel klein.
Van ouds droomt ieder mens van een ideale samenleving met vrede alom, zonder kwaad, zonder pijn, zonder ziekten, een soort paradijs zeg maar. En daar hebben we dan het begrip vrede voor bedacht. Is dat geen fictie?
De Oude Romeinen bekeken het anders. Hun leuze was “Si vis pacem, para bellum” of als je vrede wil, bereid je dan voor op oorlog. Nogal contradictorisch, denk je. Moeten we eerst goed met elkaar overhoop liggen om daarna weer vrede te sluiten. De geschiedenis heeft daar helaas vele bewijzen van. Kunnen we die vrede niet waarmaken zonder strijd te voeren? Hoe goed we ook ons best doen, die vrede zal bestendig onder dreiging staan. We mogen al blij zijn dat we in een redelijk beschaafde wereld leven, en dat we geen oorlog aan den lijve ondervinden.
Mijn vader bereikte de gezegende leeftijd van 87 jaar. Hij is vredig gestorven. Maar zijn leven werd getekend door twee pijnlijke periodes van twee absurde oorlogen, die het leven kostten van miljoenen mensen. Mocht hij vernemen dat vandaag in ons land mensen vlotweg tachtig jaar kunnen worden zonder de ontberingen van een oorlog te ervaren, hij zou verbaasd staan. Ik hoorde hem ooit in zijn dorpse nuchtere wijsheid beweren dat oorlogen nodig zijn om weer orde op zaken te stellen, en om de mensen duidelijk te maken hoe zalig het is met elkaar in vrede te leven.
Maar vrede is een relatief begrip, net als de mens zelf. Dat leert ons de geschiedenis, die een aaneenschakeling is van oorlogen en vredesverdragen.
Vandaag overheerst blijkbaar nog altijd “historia non magistra”. Wat leert de mens eigenlijk uit de daden van de vorige generaties?
We blijven sterfelijke en dus onvolmaakte wezens, behebt met allerlei onbetrouwbare grilligheden. Sommigen onder ons trachten de volmaaktheid te bereiken door vredesinitiatieven op te zetten. Voorwaar, zeer lofwaardig. Maar hoe komt het dan dat we er niet in slagen om overal in de wereld de vredesklok te luiden? Hoeveel geruster en comfortabeler kan de nieuwe generatie een toekomst zonder oorlogsdreiging tegemoet zien?
Voor vele mensen betekent vrede de afwezigheid van oorlog. Maar dat is helaas niet voldoende. Zolang we ons wentelen in materiële zelfgenoegzaamheid en eigenbelang, zullen we elkaar onbewust beschouwen als rivalen, dus als een soort van bedreiging. Dat blijft dan een wankele wereldse vrede. We moeten gaan inzetten op een diepere, hechtere vrede die bestendig is. En dat kan allen door een andere mentaliteit aan te kweken, dus totaal anders te gaan denken, en andere waarden voorop te stellen. En dat zal ons veel moeite kosten. But no pain, no gain!
Pessimisme en desillusie zijn hier niet aan de orde. Aangezien de mens vele positieve kwaliteiten heeft, moet hij te motiveren zijn tot positieve daden, dus ook tot een echte vrede. Vrede op een hoger niveau. Voor de nieuwe generatie beslist een zware uitdaging, een reuze zware taak. Zij mogen er hun schouders onder zetten, hopelijk zonder omkijken naar de fouten die wij maakten in het verleden. Ook wij waren wel gemotiveerd om te ijveren voor “nooit meer oorlog”, maar we gleden uit met vele breuken tot gevolg. (T.V.)



