beste pastoor en iedereen die wil volgen ...
betreft onze achthoek van vraag 5.
Als we de hoekpunten 1, 2, 3, ... ,8 noemen
en we tekenen alle diaogonalen,
en we zoeken naar alle driehoeken, gevormd door die diagonalen,
dan krijgen we volgende 16 VERSCHILLENDE driehoeken
(1, 3, 5), (1, 3, 6), (1, 3, 7), (1, 4, 6), (1, 4, 7), (1, 5, 7)
(2, 4, 6), (2, 4, 7), (2, 4, 8 ), (2, 5, 7), (2, 5, 8 ), (2, 6, 8 )
(3, 5, 7), (3, 5, 8 ), (3, 6, 8 )
(4, 6, 8 ).
Dit zijn zoals reeds gezegd allemaal VERSCHILLENDE driehoeken;
hier is geen sprake van duplicaten.
Natuurlijk komen zijden van de ene driehoek ook in een andere
driehoek voor.
Zo heeft onze laatste driehoek (4, 6, 8 ),
een zijde (4-6) in driehoek (1, 4, 6),
een zijde (4-8 ) in driehoek (2, 4, 8 ) en
een zijde (6-8 ) in driehoek (2, 6, 8 );
maar (4, 6, 8 ) is een andere driehoek.
Als men goed kijkt ziet men dat elk hoekpunt precies 'zesmaal'
voorkomt. Dat moet ook want geen hoekpunt is beter of slechter dan
een ander.
groetjes,
denook