Het sleutelwoord in de nieuwe AI, maar ook voor ons begrip van het ontstaan van leven en van bewustzijn, is emergentie. Als eenvoudige regels de gelegenheid krijgen om lang genoeg bezig te zijn of om op voldoende elementen in te werken, ontstaan geheel nieuwe eigenschappen, die opduiken, doorbreken, boven komen drijven, te voorschijn komen.
Deze opduikende eigenschappen zijn niet te ontdekken als je een kleine verzameling elementen bestudeert. Ze zijn pas te zien als er zoveel zijn dat er collectieve werkingen ontstaan, groepseigenschappen.
Het begrip emergence komt voort uit de leerschool binnen de biologie die benadrukt dat wat leeft, meer is dan natuurkunde en scheikunde, dat er meer is aan levende organismen dan je ooit in de wetten van de natuurkunde en scheikunde kunt beschrijven. Het anti-reductionistische standpunt dus. Je kunt biologie niet tot natuurkunde reduceren.
Maar tijdens de laatste decennia zijn emergente eigenschappen en collectieve werkingen steeds opnieuw opgedoken binnen de beschrijving van de eenvoudigste structuren, zoals atoomkernen en simpele moleculaire systemen. Daarvóór hadden wetenschappers geen zin om na te rekenen of eenvoudige systemen emergence konden vertonen, wegens te ingewikkeld, maar de computer heeft dat niet alleen mogelijk gemaakt, maar heeft ook duidelijk gemaakt dat er niet erg ingewikkelde voorwaarden nodig zijn voordat er zulke eigenschappen optreden.
Het punt is dus niet dat er geen emergentie in de biologie optreedt. Het punt is dat biologische systemen slechts de enige voorbeelden waren van eenvoudige mechanismen die de gelegenheid kregen om lang genoeg bezig te zijn tot er emergentie ontstond. Daarom leek het alsof levende wezens heel anders waren dan dode natuur. Levende wezens hebben de eigenschap emergentie, waarvan men dacht dat deze niet in de dode natuur voorkwam. Maar met de komst van de computer is het duidelijk geworden dat emergentie een gangbare eigenschap van al het aanwezige is, zowel van de levende als van de dode natuur.
Er is aangetoond dat emergence een heel gewone eigenschap is van alle gesloten systemen. Je kunt haar niet van tevoren uitrekenen of aan de elementen zien wat ze zullen worden (algoritmische informatietheorie – Theorema van Gödel).
Bernd-Olaf Klippers schrijft: “Dat het geheel meer is dan de som der delen, geldt voor elk gestructureerd systeem, of het systeem nu levend of dood is.” Wat dit betreft is er dus geen verschil tussen levende en dode systemen. Het is alleen zo dat meer anders is.
Bewustzijn, tussen haakjes, is een verschijnsel dat gekenmerkt wordt door dezelfde omstandigheid. Er ontstaan eigenschappen die je niet kunt afleiden uit of begrijpen door het geïsoleerd bekijken van eenvoudige regels en elementen.
Een volledig uitgevoerde uitgave van een set eenvoudige regels kan eigenschappen vertonen die je niet in de regels zelf kunt vinden. De reden waarom je de eigenschappen niet in de regels kunt vinden, is een algemene voorwaarde van de wereld, die is beschreven in het theorema van Gödel en in Chaitins uitwerking ervan. Juist omdat je nooit kunt bepalen of een berekening stopt of niet, zoals Turing bewees, kun je ook niet op voorhand overzien waar wetten toe zullen leiden.
(Naar Norretranders)