Wil. schreef:Met dat neutraliteitsbeginsel is niet iedereen het eens. Van dezelfde internetblz.:
Keynes zei niet voor niets. "In the long run we are all dead". Hij geloofde dan ook niet in de neutraliteit van het geld, in die zin dat hij van mening was dat wijzigingen in de geldhoeveelheid tot positieve- of negatieve "verstoringen" in de rentestand leidden, waardoor investeringsbeslissingen anders kunnen uitvallen dan als de geldhoeveelheid niet was veranderd. De "verstoringen" slaan als het ware neer in investeringsbeslissingen, zij stollen in de hoeveelheid investeringsgoederen en zijn zo een lang leven beschoren.
We zien dat wanneer arbeid hier bij ons te duur wordt (een te hoge geldwaarde wordt toegekend), dat deze arbeid hier verloren gaat en zich elders gaat vestigen waar dezelfde arbeid minder duur is.
Het zou nochtans gemakkelijk moeten op te lossen zijn: tik wat meer getallen in op de computer zodat de rekening van de arbeiders hier flink stijgt. Van dat soort geld op een computerscherm kunnen we toch bijmaken zoveel we willen, niet?
Toch gebeurt dat niet. Er zijn nochtans experimenten geweest waarbij men dat wél gedaan heeft: Duitsland in 1923. Toen heeft men - bij gebrek aan een computer - de mensen inderdaad elke halve dag hun wedde uitbetaald en hen steeds grotere bedragen gegeven. Het liep uiteindelijk op tot bankbriefjes van 1 miljard DM. En men had nog veel verder kunnen gaan. Maar dat is niet doorgegaan. Klaarblijkelijk was die neutraliteit van geld toch niet helemaal wat ervan verwacht werd.
Ik denk dan ook dat je moet afstappen van dat basisprincipe. Maar .... wat blijft er dan over van de rest van het kaartenhuis?
Beste Wil, ik hou wel van je humor, volgens mij doe je dat expres

. Omdat woordenreeksen vaak verwarring stichten, naar analogie met de basistekst probeer ik het anders
(1) basisbeginsel, geld is neutraal, er kan nooit een tekort aan zijn
(2) de mens geeft waarden aan een product en er ontstaat een geldtekort
Om een mysterieuze redenen vergeten we (1) en er onstaat onenigheid over het begrip (annex crisis). Jij vraagt me nu om (1) te vergeten en stelt de vraag wat er dan overblijft. Het antwoord is dan eenvoudig, dat is onenigheid
En zie nu, we kunnen niet eens een virtuele schuldenberg oplossen, mijn droefheid is onmetelijk in naam van alle onschuldige slachtoffers. En politiek, ja, die doen gewoon verder en vragen zich af hoeveel langer heel die bevolking moet werken om geld te produceren. En dan gaan we terug naar de bron (1) basisbeginsel, geld is neutraal, er kan nooit een tekort aan zijn.