De Dwarskijker
Halloween is voorbij. De skeletten mogen terug in hun doos. De spinnenwebben kunnen weg, behalve de echte: die vallen opnieuw onder achterstallig onderhoud.
In de winkels wordt intussen van sfeer gewisseld. Oranje eruit, rood erin. Gisteren moest het griezelig zijn. Vandaag gezellig.
De consument wordt vriendelijk verzocht onmiddellijk een ander gevoel te krijgen.
Dat vraagt enige soepelheid. De pompoen op de vensterbank is nog niet ingezakt of we moeten alweer verlangen naar dennengeur, lichtslingers en een servies voor mensen die blijkbaar nooit iets laten vallen.
Wie bepaalt eigenlijk het seizoen?
Vroeger kon je nog denken dat de herfst begon wanneer de bladeren vielen. Inmiddels lijkt dat vooral een ondersteunende activiteit van de natuur.
Het echte seizoen begint wanneer een winkelrek zegt dat het zover is.
Daar ligt geen herfst. Daar ligt een opdracht. Je huis moet warmer, je voordeur spannender en je tafel feestelijker. Dat alles met spullen die je vorig jaar kennelijk onvoldoende hebt aangeschaft.
Het knappe is dat niemand letterlijk zegt dat je moet meedoen. Je mag gerust niets kopen. Dan heb je alleen geen ‘echte Halloweenbeleving’.
Een gewoon huis, dus. Met een deur.
De kalender telt dagen. De winkel telt gelegenheden.
Zelfs spontaniteit heeft een accessoireset
Begrijpelijk, zo’n feest. Kinderen verkleden zich graag. Buren spreken elkaar. Een zelf uitgesneden pompoen kan een prachtig misbaksel zijn.
Maar kijk eens hoe snel plezier een boodschappenlijst krijgt.
Een verkleedpak is het begin. Daarna volgen de versiering, de verlichting, het juiste snoep en iets waarmee je kunt aantonen dat je er werk van hebt gemaakt.
Zelfs gezelligheid krijgt een kwaliteitscontrole. Niet door een officiële instantie, maar door foto’s waarop andermans voordeur eruitziet alsof er een decorploeg is langsgeweest.
Je eigen pompoen heeft drie tanden en helt naar links.
Hij leek uitstekend, tot je begon te vergelijken.
Het feest is voorbij. De haast blijft.
Opmerkelijk is vooral hoe weinig rust er tussen twee gelegenheden zit.
De laatste snoepjes liggen nog in de schaal, maar de volgende campagne wenkt al. Daarna komen de koopjesdagen. Vervolgens de feestdagen, waarvoor je eerst moet kopen en daarna moet bekomen.
Er is altijd iets om naar uit te kijken, maar zelden tijd om ergens bij stil te staan.
En telkens klinkt dezelfde boodschap: bereid je voor, wees op tijd, mis het niet.
Waarop eigenlijk? Op een gezellig moment? Of op het moment waarop we geacht worden daarvoor te betalen?
Een winkel moet verkopen. Daar is weinig geheimzinnigs aan. Interessanter is dat wij die verkoopkalender zo gemakkelijk als onze eigen agenda gaan beschouwen.
Alsof november pas goed kan beginnen wanneer de woonkamer opnieuw is ingericht.
Er is altijd iets om naar uit te kijken, maar zelden tijd om ergens bij stil te staan.
De dwarse vraag
Misschien moeten we na Halloween eens iets ongebruikelijks proberen: een paar dagen niets opvolgen.
De pompoen mag blijven staan zolang hij toonbaar is. De herfst mag gewoon herfst zijn. Een avond met vrienden hoeft geen thema te hebben en een tafel hoeft niet eerst ‘gestyled’ te worden voordat je eraan kunt eten.
Wie graag uitbundig versiert, moet dat vooral doen. Maar het zou prettig zijn als meedoen een keuze blijft, zonder dat eenvoud aanvoelt als een tekortkoming.
Halloween heeft tenminste nog de beleefdheid om zijn monsters zichtbaar op te hangen.
De druk om voortdurend iets nieuws nodig te hebben, doet dat subtieler.
Die heeft zich verkleed als voorpret.
Deze column vertolkt uitsluitend de persoonlijke visie en mening van de auteur. Deze stemmen niet noodzakelijk overeen met het redactionele standpunt van SeniorenNet.





