Generatie- en nieuwe armen
Armoede kan iedereen overkomen. Sommigen (de ‘generatiearmen’) worden er gewoon in geboren en raken er nooit meer uit, maar anderen (de zogenaamde ‘nieuwe armen’) belanden in armoede door ziekte, een slechte investering of een faillissement, het verlies van de job, een echtscheiding,… En helaas steeds meer ook op latere leeftijd.
Armoede is niet alleen een financiële kwestie
Wanneer we het over armoede hebben komt meestal enkel het financiële aspect aan bod. Toch is armoede niet louter een kwestie van geld. Armoede leidt vaak tot uitsluiting op tal van domeinen. Mensen die in armoede leven hebben doorgaans een slechtere gezondheid omdat ze besparen op elementaire voorzieningen zoals dokterskosten, medische ingrepen, tandzorg,…
Ontoereikend pensioen
Vooral de eenzame ouderen zijn een gemakkelijke prooi voor het armoedemonster. Velen van hen (zowat 68%) woont in een eigen woning, maar ook dat is geen garantie om niet in armoede te belanden. Integendeel zelfs, in vele gevallen is hun pensioen ontoereikend om de woning te onderhouden en de nodige werken te laten uitvoeren om de woonst aan hun leeftijd aan te passen.
Ook hebben ze minder toegang tot informatie, nemen ze minder vaak deel aan vrijetijdsactiviteiten en het verenigingsleven en dreigen ze te vereenzamen.
Vrouwen nog kwetsbaarder
Het belang van de burgerlijke staat valt moeilijk te ontkennen. In het algemeen blijkt dat wie getrouwd is een substantieel lager armoederisico ondervindt. Vrouwen hebben nog steeds een kwetsbare positie met betrekking tot armoede: de resultaten bevestigen dat ook voorbij de leeftijd van 65 vrouwen vaker worden getroffen door armoede dan mannen.
Verborgen armoede
Heel wat armoede bij ouderen blijft onder de radar. Het OCMW krijgt weliswaar langsom meer ouderen met een hulpaanvraag over de vloer, maar de vrees is gegrond dat er nog steeds heel wat mensen op leeftijd zich schamen voor hun armoede.
Alleenwonende ouders hebben het hierbij nog het zwaarst te verduren. Ze durven vaak niet uitkomen voor hun armoede voor de kinderen. Het probleem wordt alleen maar vergroot omdat de groep van financieel kwetsbare alleenwonende ouderen huiverachtig zijn om hulp te vragen, zeker niet aan hun kinderen maar ook niet aan instanties. Ze zijn bovendien niet opgegroeid in de digitale wereld met een vaak ingewikkelde regelgeving en meestal ook niet op de hoogte van de mogelijkheden tot financiële en andere hulp.
Zo bestaat een breed gamma aan dienstverlening om te beantwoorden aan de verschillende behoeften van de thuiswonende ouderen. Dit aanbod wordt door verschillende overheden georganiseerd en ondersteund. Dit is al te vaak niet bekend bij alleenwonende ouderen.







