Wat is dat nu juist, de vergrijzing?
‘Dat is de verhouding tussen het aantal mensen die ouder zijn dan 67 jaar en de bevolking op beroepsactieve leeftijd. Vandaag ligt die verhouding op 26 procent. Dat wil zeggen dat er voor elke gepensioneerde 67-plusser vier mensen aan het werk zijn. Tegen 2040 zal volgens onderzoek de vergrijzing een piek bereiken. Dan ligt dat percentage op 40 procent. Of anders: per twee 67-plussers zijn er dan nog vijf mensen aan het werk. Er zullen dus steeds minder mensen zijn die werken ten opzichte van de groeiende groep ouderen.’
‘Daarbij duikt nog een nieuw fenomeen op: de verzilvering. Binnen de groep van ouderen zijn er steeds meer 80-plussers. We worden alsmaar ouder dankzij de medische vooruitgang en de technologie. Dat is goed nieuws, maar het brengt ook nieuwe uitdagingen mee.’
Mannen gaan gemiddeld op 61 jaar met pensioen, vrouwen op 60. Een pak vroeger dan de wettelijke pensioenleeftijd.De stijging van de pensioenlast is één van de uitdagingen. Welke gevolgen heeft de vergrijzing nog?
‘Ook de uitgaven voor de gezondheidszorg gaan stijgen. Hart- en vaatziekten en bepaalde kankers komen immers vaker voor op hogere leeftijd. De opvang van ouderen in zorginstellingen is een andere kost waar we extra rekening mee moeten houden in de toekomst.’
Moeten de belastingen dan verhoogd worden? Of moet er gesnoeid worden in de pensioenen om onze welvaartsstaat te kunnen behouden?
‘Dat zou te gemakkelijk zijn. Bovendien gaan we zo een maatschappij creëren met meer ouderen die in armoede leven. De uitdaging voor de overheid is om net zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen én aan het werk te houden, ook op latere leeftijd. Zo moeten enerzijds minder pensioenen betaald worden en anderzijds betaalt die groep langer belastingen.’
Mannen stoppen op 61 jaar met werken
De wettelijke pensioenleeftijd wordt al verhoogd van 65 jaar naar 66 jaar in 2025 en tegen 2030 werken we tot we 67 jaar oud zijn. Het gaat dus de goede kant op?
‘Wettelijk wel. Maar de grootste uitdaging is om ook de effectieve pensioenleeftijd te laten stijgen. Er stappen nog steeds heel wat mensen vervroegd uit de arbeidsmarkt. De effectieve pensioenleeftijd in ons land behoort tot de laagste van Europa. Mannen gaan gemiddeld op 61-jarige leeftijd met pensioen, bij vrouwen is dat op 60 jaar. De effectieve pensioenleeftijd ligt daarmee nog steeds een stuk lager dan de wettelijke. Het wordt dus een extra uitdaging om mensen langer aan boord te houden, zowel voor de overheid als voor bedrijven. Bedrijven zullen hun personeelsbeleid moeten bijsturen en een andere houding aannemen tegenover oudere werknemers. Oudere werknemers kunnen herschoold worden of hun functie kan een nieuwe invulling krijgen, maar dat vraagt natuurlijk een cultuurwijziging.’
Minder armoede bij ouderen
Je raakte het eerder al eens aan. Ouderen en armoede, het blijft taboe. Hoe ziet die toekomst eruit volgens jullie jongste rapport?
‘Dat deel van de toekomst ziet er eerder rooskleurig uit. Het armoederisico bij ouderen is kleiner geworden dan bij de rest van de bevolking. We zien dat het zal blijven dalen tot het begin van de jaren 2050, daarna blijft het stabiel. Dat is onder andere te danken aan de toenemende activiteitsgraad bij vrouwen, waardoor steeds meer vrouwen hun eigen rustpensioen opnemen. Dat ligt meestal hoger dan een overlevingspensioen. Het gemiddelde bedrag van dat rustpensioen neemt dan ook nog eens toe. Sommige vrouwen kunnen zelfs genieten van een combinatie van een rust- en overlevingspensioen.’
De overheid moet ervoor zorgen dat we de toenemende kosten kunnen opvangen, zonder dat de overheidsschuld de pan uit rijst.‘Daarnaast werd de minimumuitkering verhoogd. Nog tot midden 2030 zal die uitkering sneller stijgen dan de lonen en dan de armoededrempel. Het armoederisico bij ouderen wordt daarmee kleiner.’
Conclusie: er is dus best nog wat werk aan de winkel om de uitdagingen die de vergrijzing meebrengt aan te gaan?
‘De overheid zal de overheidsschuld verder moeten saneren zodat we de toenemende kosten van de vergrijzing kunnen opvangen. Maar er zijn ook andere maatregelen mogelijk: zorgwonen en groepswonen stimuleren, bijvoorbeeld, zodat oudere mensen langer zelfstandig kunnen wonen.’
Dringen nieuwe woonvormen zich op om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan? Er staan alvast heel wat veranderingen op stapel.
Bedankt, Johan, om ons een kijk te geven op wat de toekomst brengen zal.
Redactie: Katrijn De Bleser







