Is binnenkort het laatste zomeruur aangebroken?
Sinds twee weken zijn we opnieuw overgeschakeld op de wintertijd. De klok werd een uur teruggedraaid. Leuk om in dat laatste weekend van oktober een uur langer te kunnen slapen, maar daarmee is alles ook gezegd. ’s Avonds wordt het nog sneller donker en de kortste winterdagen loeren al om de hoek.
Elke keer zorgt die overgang tussen wintertijd en zomertijd bij mij voor ergernis. Er is niet alleen dat gedoe om al je klokken te moeten verzetten, gelukkig gebeurt dat bij vele digitale klokken in computers, smartphones of auto’s al automatisch. Maar daarnaast raakt je slaapritme verstoord. Vooral ouderen en kinderen hebben daar de eerste dagen en zelfs weken na de uurwisseling veel last van. Vraag het maar aan elke kleuterjuf in Vlaanderen. Ook de kinderverzorgsters van De Speelboom, de kinderdagverblijven van Familiehulp, kunnen hierover meepraten. Zij merken elke keer weer dat peuters uit hun ritme raken, sneller moe worden en geprikkeld rondlopen. Meerdere studies tonen trouwens aan dat de uurwisseling een grote impact heeft op onze biologische klok. Niet alleen bij de mens overigens, maar ook bij planten en dieren.
Zoals bekend liggen de wortels van de hernieuwde invoering van het zomeruur (de Lage Landen kenden tussen 1918 en 1945 al een verschil tussen wintertijd en zomertijd, maar zagen dat na de Tweede Wereldoorlog verdwijnen) in de oliecrisis van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De exuberante olieprijzen deden de overheden nadenken over middelen om meer energie te besparen. Als oplossing greep men in 1977 terug naar het oude recept van de zomertijd. De klok wordt een uur vooruit gedraaid, waardoor het 's morgens een uur langer donker blijft en ’s avonds een uur langer licht. De onderliggende gedachte is dat de periode van daglicht dan beter overeenstemt met de uren waarop de meeste mensen wakker zijn. Dat zou dan weer positieve effecten hebben op het energieverbruik. Die effecten worden al van in het prille begin betwist, maar toch verdraaien sindsdien meer dan 70 landen hun klok tweemaal per jaar.
De uurwisseling heeft een impact op het biologische ritme van mens, dier en plant
De hernieuwde invoering van het zomeruur zorgde meteen voor controverse. Niet alleen door de geringe invloed op het energieverbruik, maar vooral door de impact op het biologische ritme van mens, dier en plant. En zo klinkt al jaren de roep om het onderscheid tussen zomertijd en wintertijd weer op te heffen. Iets waar ik me volledig bij aansluit. Maar keren we dan terug naar de wintertijd? Of opteren we voor een continue zomertijd? Dat laatste lijkt uiteraard een aantrekkelijke gedachte.
Alleen moeten we wel het volgende in ons achterhoofd houden: ons land ligt samen met de rest van West-Europa in de tijdszone UCT+1, wat betekent dat we 1 uur voorliggen op de centrale standaardtijd (UCT) die in Groot-Brittannië en Portugal geldt. Als we overschakelen op de zomertijd komen we in de tijdszone UCT+2 terecht. De wintertijd (UCT+1) sluit dus het meest bij de astronomische realiteit aan, zeker als je bedenkt dat we geografisch eigenlijk de centrale standaardtijd zouden moeten volgen: zie deze afbeelding.
Als we het hele jaar voor eenzelfde standaardtijd kiezen, moet dus in principe het zomeruur verdwijnen dat voor 1977 ook niet bestond. Dan zeggen we meteen ook vaarwel tegen die langere zomeravonden waarop we zonder verlichting van onze tuin of het terras kunnen genieten. Als we continu de zomertijd willen volgen, moet ons land naar een andere tijdszone overschakelen. Dat is nagenoeg onmogelijk, aangezien al onze omringende landen ook de tijdszone UCT+1 volgen.
Turkije trekt zich daar alvast niks van aan. Dat land heeft afgelopen zomer beslist om de wintertijd af te schaffen en voortaan het hele jaar door de zomertijd te volgen. Als reden verwijst Ankara ook nu weer naar een beter gebruik van het daglicht, ook in de winter. Als gevolg verschuift het hele land van tijdszone, maar door hun ligging ten opzichte van de buurlanden levert dat minder praktische problemen op dan als België dat bijvoorbeeld zou doen. Het idee om het hele jaar zomertijd in te voeren, gaat echter ook in andere landen op. We zouden de voordelen van de langere avonden behouden (ook in de winter), al duurt het ’s morgens langer eer het licht wordt.
Zoals gezegd, het lijkt een aanlokkelijke gedachte. Maar een algemene verschuiving van de tijdszones
zou als gevolg hebben dat het ritme van de natuur verder af komt te staan van de normale zonnetijd. En of dat zo gunstig is voor onze biotopen valt af te wachten. Biologisch zou het logischer – en gezonder? - zijn om de wintertijd te behouden.
Mijn gevoel is dus dubbel. Ik zou graag het verschil tussen zomer- en wintertijd zien verdwijnen, maar het genot van die lange zomeravonden wil ik toch liever niet verliezen. En waarschijnlijk zal ik niet de enige zijn die daar zo over denkt. Maar ondertussen lopen onze kinderen wel weer enkele weken verward, vermoeid en geprikkeld rond.
Vind jij dat het verschil tussen zomer- en wintertijd afgeschaft moet worden? Of vind je het toch nuttig? Laat het ons weten in de reacties!








