Het was mijn plus-zoon Vincent (nakomeling van mijn vrouw Liliane) die mij er op wees dat ik dringend aan een nieuwe laptop toe was. Ik had hem jaren geleden van hem gekregen omdat zijn plus-dochter er (niet direct noodzakelijk) een andere moest hebben. Het was dus effectief een ‘oud beestje’ zoals Liliane het noemde. Ik had er zodanig op getokkeld dat op bepaalde toetsen de letters niet meer te lezen waren. Vincent stelde daarbij dat, aan het loskomen van de onderkant, te merken was dat de batterij het nu wel snel zou begeven. Met een extra risico daaraan verbonden: er zouden gassen kunnen vrijkomen die mij bij het schrijven eventueel `high` konden maken.
Ik, die nooit of nooit aan gelijk welke drug gezeten heb, ik vond dat wel een aardige gedachte, zoiets ook eens mee te maken. Maar kom, dat was niet bepaald de reden waarom ik dat vriendelijk geuite voorstel nog even afwees. Ik ben van nature namelijk zo ingesteld dat alles wat enigszins ‘apparaat’ mag genoemd worden, tot op de draad versleten dient te worden, wat heel mijn lang leven door ook het geval is geweest voor mijn auto’s. Ooit geraakte ik met één ervan bijna aan 500.000 kilometer en zo het niet helemaal lukte het half miljoen te halen, kwam dat omdat er onderweg regelmatig een drijfriem afbrak en ze zelfs in de hoofdgarage van Mazda niet konden achterhalen hoe dat kwam. Dus moest ik er wel een nieuwe kopen, of waarschijnlijk weer een tweedehandse.
Wat nu weer die laptop betreft: op mijn 82ste vroeg ik mij af of ik in zo’n duur spul nog moest investeren, zelfs al schrijf ik nog veel, heel veel. Mijn tweede roman is intussen onderweg… Vincent suggereerde dan dat zijn ‘moeder’ (zoals hij ze ook noemt) mij het ding maar cadeau moest doen, voor mijn verjaardag. Zij bleek akkoord en van je echtgenote kun je moeilijk zo’n geste weigeren.
Ik was oprecht blij met dat mooie stuk maar tegelijkertijd ook gestresseerd. Hoe moest ik, gewoon zijnde aan het ‘oude beestje’, verder omgaan met een alleszins meer gesofistikeerd toestel. Gelukkig wilde Vincent het allemaal wel gebruiksklaar maken, wat volgens zijn zeggen maar even zou duren, maar finaal toch een paar uurtjes in beslag nam.
Ik vroeg me, zoals bij veel andere, dergelijke gelegenheden, af waarom ze niet zoals vroeger apparaten konden maken die in gang schieten van op het moment dat je op één enkele knop drukt.? Waarom er altijd wachtwoorden en codes noodzakelijk zijn om finaal (zoals met die laptop) alleen maar wat simpele tekstjes te produceren? Eens alles klaar, zette ik mij aan het werk om vast te stellen dat het – hoe goed het ook geïnstalleerd was – toch zo eenvoudig weeral niet was. Voor dezelfde handelingen moest ik nu andere knoppen gebruiken, of combinaties van knoppen, wat voor mij soms onoverkomelijk leek. Hoewel het eigenlijk allemaal niet zo moeilijk is, behalve dan als een kluns-ter-zake zoals ik zoiets voorgeschoteld krijgt.
Het deed me in mijn geheugen jaren en jaren terug stappen, naar de tijd dat ze het, op de krant waar ik werkte, allemaal ook ‘digitaal’ gingen doen. We werden toen opgeleid door mensen uit een gespecialiseerde firma, in groepjes die een hele dag moesten proberen te doen (en te onthouden) wat de deskundigen op ons afvuurden. In verbijsterend tempo. Gelukkig werd de cursus onderbroken om in een restaurant dicht in de buurt te gaan lunchen. Toen we terugkwamen, stapte ik naast een collega (een schitterende columnschrijver trouwens) die mij in alle discretie iets moest vragen: of ik nog wist op welk knop we moesten drukken om… het toestel aan te zetten?
Neen dus…





