Mijn kindertijd heb ik doorgebracht in een kleine landelijke gemeente. Driekwart van Elverdinge was groen: bossen, weiden en landbouwgrond. Het is dan ook niet te verwonderen dat onze vrije tijd zich veelal in de buitenlucht afspeelde.
Iets wat ik zalig vond was gaan vissen in de Kemmelbeek, in de waterrijke grachten of in één van de vele ‘boerenputten”, een soort waterputten middenin de velden Deze diepe putten werden veelal gevormd door zware bommen uit één van de wereldoorlogen. Als we geluk hadden vingen we weleens een paling of wat witvis. Een paling vangen was vreselijk. Je moest die los krijgen van de haak, maar dat beestje kronkelde zich rond je hand en dat gaf zo’n vies gevoel.
We speelden ook veel op straat. Frans en Willy, allebei buurjongens, waren schitterende voetbalspelers. Vooral Frans, die later met zijn hard schot zelfs de strafste doelmannen uit de regionale reeksen kon verslaan. Helaas was voetbal niet mijn ding. Toch probeerde ik een goed figuur te slaan, wat meestal hopeloos was.
Op een goede zaterdagmiddag speelden we voetbal in de Bollestraat. Het was een klein straatje waar weinig of geen verkeer was en waar het gemeentehuis stond. We gooiden een vest of een trui neer die de ingebeelde doelpalen waren. Het ging er soms hard aan toe. Meer dan één keer moest een speler opgeven omdat zijn broek gescheurd en zijn knie gehavend was.
Ik was zeker niet de beste speler, maar ik deed mijn best. Helaas was dat niet altijd voldoende. Op een zaterdagmiddag hadden we weer afgesproken in de Bollestraat voor een stevig partijtje. Opeens kreeg ik de bal voor mijn voeten. Het doel was vlak voor mij. Ik gaf een keiharde lel tegen die bal, die ineens een heel andere baan volgde dan ik had bedoeld en met een knal door een venster vloog van het gemeentehuis. Nu moet je weten dat de ramen van het gemeentehuis oeroude maar wondermooie brandglazen hadden in lood verwerkt. Oeps, dat zou een dure grap worden.
Elke speler nam onmiddellijk de biezen en verdween zo vlug als het maar kon. Ik ook. Mijn moeder keek verbaasd op maar ik voorkwam elke vraag met de bemerking dat ik wat kniepijn had en op mijn bed wat zou lezen. Enkele dagen later kwam de veldwachter voorbij en vroeg mijn moeder of ze wist hoe het brandglas van het gemeentehuis was beschadigd. Eerlijk, ze wist het niet, echt niet. Ze heeft het mij nooit gevraagd, maar ik denk dat ze wel een vermoeden had wie die bal keihard verkeerd had geraakt.

Maanden later passeerde de burgemeester ons huis. Mijn vader stond buiten en hij begon een praatje met de burgervader. Ik ging er als kleine jongen bij staan. De vriendelijke man keek mij even aan en zei toen tegen mijn papa: “ Tiens, we hebben een tijd terug een bal gevonden die door het raam van het gemeentehuis was binnengevlogen. We hebben een stuk brandraam moeten vervangen. Maar gelukkig is dat intussen gebeurd. Tja, kleine ongelukjes gebeuren soms. En kinderen blijven kinderen. Die moeten zich toch eens kunnen uitleven. En de kosten zijn intussen betaald. We spreken er niet meer over!”
Ik wil er één kleine bedenking aan toevoegen.
Op vandaag zie ik geen kinderen meer op straat spelen. Mijn twee kleinkinderen spelen wel in onze tuin. Het groepsgevoel is er echt niet meer. Een groot deel van hun vrije tijd spelen ze op een ‘tablet’, of digitale spelletjes op de computer….en actief zijn gebeurt op de dansschool, of in de judoclub, de zwemclub….
Elke tijd heeft zijn stijl, ook bij de kinderen. Een nostalgisch gevoel blijf ik toch wel hebben aan de Bollestraat en de vis-momenten rond de vele boerderijen die mijn dorp rijk was.
Enzo Farina is een vlotte schrijver van cursiefjes, die gaan over zijn jeugd, zijn horeca-verleden als directeur van grote vakantiecentra, over de politiek….Hij leest graag jullie reacties. Stuur uw mening of bemerkingen door aan info.cursief@gmail.com Enzo reageert beslist op uw mail.






